Terug naar de Motorpagina


Nadere kennismaking met mijn Deauville




Het is zondagmiddag, en wat zal ik eens gaan doen? Simpele vraag , meerdere mogelijkheden. Maar er staat sinds een paar dagen een Deauville achter het huis, een rode NT650, daar waar eerst mijn eigenste CX500, de Rode Rakker, stond. In de paar dagen dat ik eigenaar ben van deze NT650 is er 59 kilometer op gereden. Niet echt veel, van de winkel in Barneveld naar huis, en een ritje om na te gaan hoe en wat ik nu precies heb.

Want het is heel wat anders, het rood van nu is zo veel helderder dan het rood van de CX. De forse en riante kuipruit van de Polaris kuip is verdwenen en een veel slanker en kleiner exemplaar zit er op deze motor. De ruimte om spullen in op te bergen is ook vele malen kleiner, wat aan de kuipvakjes het eerste opvalt. Maar ook de gestroomlijnde koffers bieden bij lange na niet de ruimte die de losse Krausers op de CX hadden.

Maar hij is wel mooi, deze Deauville……

... hij is wel mooi ...
... hij is wel mooi ...

De Deauville dus. Kleine stukje zijn er op gereden, een proefritje, en een rondje in de omgeving. Tijd om het groter aan te pakken.

Er werd wat nagedacht, maar omdat ik echt niet goed weet wat het weer zal gaan doen, gaat het warme pak aan, in plaats van de zomerkleding. TomTom werd erbij gehaald, want hoewel ik van plan was zo maar wat te rijden is een kaart, digitaal of papier, toch wel handig. Rond half twee rolde ik de 650 naar de straat. Choke, ja, die zat ergens anders. Dan starten, en met een zacht gesnor sprong de motor tot mechanisch leven. Zijpootje inklappen en daar ging ik dan, de verten tegemoet. Tot het einde van de straat, want ik was zowel de benzinekraan als mijn oordopjes vergeten te plaatsen.

Via kleine en minder kleine wegen reed ik Ede uit. Voorlopig eerst maar even naar de buitengebieden, en dan kon ik altijd nog zien wat ik ging doen. Optrekken gaat goed, maar die remmen, daar moet ik echt wel aan wennen, die zijn veel beter als de remmen van de CX. Voorlopig zal ik wel blijven vergelijken, bedacht ik me, na 13 jaar CX rijden.

Met al die vergelijkingen rolden de kilometers vlotjes onder de banden door. En toen Otterlo naderde besloot ik om de richting Harskamp te kiezen. Rotonde driekwart, en verder maar weer. Ook in Harskamp bleek dat de Dauville en ik nog niet op hetzelfde spoor , of op dezelfde weg, zitten. Gewoonlijk weet ik aan het geluid van de motor ongeveer mijn snelheid, en de CX reed precies zo snel als ik wilde. Maar deze Do deed het allemaal net iets sneller, was net iets sneller ingereden en gewend als dat ik prettig vond, zeker in de buurt van snelheid camera’s. TomTom waarschuwde gelukkig op tijd, anders zou het een duur ritje kunnen worden.

Eigenlijk was het mijn bedoeling om binnendoor via Garderen en Nunspeet te gaan rijden. Maar de Audi achter me leek steeds erlangs te willen, dus ging ik de snelweg op.

Dat staat er dan zomaar: de snelweg op. Maar met proefritjes en naar huis rijden had ik nog geen meter snelweg met deze motor gereden. Toch, anderen zeggen dat het kan, dus het zal wel lukken. De afslag werd genomen, waarbij de lastige Audi prompt ook die weg kiest, en daar belandde ik dan zomaar ineens op de A1. Niet te benauwd doen vond ik, maar wel overwogen en rustig aan. En zo reed ik de eerste kilometers met een beheerst gangetje van 100 km/u over de snelweg. Gaat best wel goed, vond ik. Maar dat windgeruis, dat was, in vergelijking met wat ik gewend ben, wel een luidruchtig iets.

En het werd nog erger toen ik het welletjes vond, en dat trage autootje voor me ging inhalen. Kijken, knippers, en een kleine beweging met het handje, en zoef, weg schoot de Deauville. Weer kijken, knipper en terug naar de rechterbaan. Geen probleem, sneller dan 100 km/u ging ook goed. Hoe snel eigenlijk? Dit was een stukje waar ik 130km/u mocht, en ja, ook dat haal ik. Niet op de teller van de motorfiets, maar op de digitale berekende teller van de TomTom. De teller van de Deauville stond ergens tegen de 140 km/u te wijzen.

Bij Apeldoor werd de A50 gekozen. Ook hier hield ik de snelheid in de buurt van wat ik prettig vond, niet wat de motor kennelijk prettig vond. Uiteindelijk ben ik de bestuurder, en zal de motor aan mijn gedragingen moeten wennen. Maar dat nam niet weg dat er zo af en toe toch werd ingehaald, en toch de snelheid toch zo stiekempjes weg vaker bij de 120 dan de 100 zat.

De A50 werd de N50, Kampen verscheen en verdween aan de horizon, en over de Ramspolbrug reed ik Flevoland in. Via Ens en Kraggenburg reed ik naar Vollenhove waar net de brug omhoog geweest was. Gehoorzaam sloot ik aan in de rij voertuigen……..

Zo kwam ik bij het doel, of beter gezegd bij Kadoelen, alwaar een camping is die al jaren het toneel is van het op het tweede weekend van augustus door de Honda CX club georganiseerde treffen. Ik heb weliswaar geen CX meer, maar het treffen dat over een paar weken plaatsvind zal ik niet aan me laten voorbij gaan. Er zijn overigens ook andere merken en typen dan alleen de Honda CX welkom.

Na een praatje met de beheerder werd de TomTom ingeschakeld, en verteld dat ik naar huis wilde rijden. TomTom had daar geen bezwaar tegen en stuurde me over de Kadoelenbrug naar Kraggenburg en Ens. En daar vond ik het tijd om te gaan tanken. Tot dusver reed de Deauville op de door de dealer geleverde benzine, en dat al 195 km lang. Ergens zou het toch wel eens op zijn, en dat wilde ik voorkomen, of er nou wel of geen 3,5 liter reserve in de tank zit.

Het was een onbemand tankstation, de Shell in Ens. Nou ja, als het niet anders kan, dan moet het maar. Rustigjes en stap voor stap werd er getankt, en een bonnetje getrokken. Een foto van de kilometerstand en dagteller werd gemaakt voor de administratie, en toen was het tijd om weer te vertrekken. Ens uit, rotonde, brug, nog een rotonde en daar was de N50 al weer. Met groeiend vertrouwen werd de machine naar de 100 km/u gebracht, een auto ingehaald en toen….

Toen werden de rem ingedrukt, want voor me begon het allemaal ineens veel langzamer te rijden. En weer besefte ik dat bij deze motor stoppen ook stoppen betekende. Ik moet snel leren om iets minder krachtig te remmen. Remmen op de CX duurde meestal wel even, maar hier was het direct : stoppen. Na de remkracht iets te hebben geminderd kwam ik nog ruim op tijd tot stilstand in de file die zich voor de Eilandbrug gevormd had. Gelukkig duurde deze opstopping niet lang, amper net lang genoeg om het laadplugje van de iPhone, gemonteerd in het linker zijvak van de kuip, iets aan te drukken. Om de een of andere reden schoot het plugje steeds uit de daar gemonteerde houder, en dat was best wel lastig.

De Eilandbrug werd gepasseerd, en toen was de vraag: binnendoor of gewoon de snelweg. Enige kilometers voor de afslag Epe besliste de natuur deze vraag. Een flinke vlaag wind schoof mij met Deauville en al naar de linkerkant van de rijbaan. Ik heb dat wel eens eerder meegemaakt, maar ik blijf het niet leuk vinden. Dus toen de afslag Epe kwam verliet ik de A50. Even verderop werd de binnendoor route naar huis aan de TomTom gevraagd. Ja, bedacht ik me, dat is de bekende weg, dat zou ook kunnen.

Via Emst en langs Vaassen ging de tocht. TomTom vond de weg langs het Apeldoorns kanaal wel mooi, en ik had er geen bezwaar tegen. De lagere snelheid op deze 60 km weg verminderde ook het heftige windgeruis langs de helm, en in mijn oren. Dat was wel erg prettig. Maat toen was daar Apeldoorn al. Even kijken, waar ben ik ben…. Aah!! Bekend terrein. TomTom stond wel aan, maar was eigenlijk al niet meer nodig, bedacht ik me, rijdend in de richting Hoenderloo. Even werd gestopt op een parkeer plekje om vooruit te ‘appen’ wat mijn aankomsttijd zou zijn. Daarna was het weer: verder….. Tussen Hoenderloo en Otterlo vond ik tijd om uit te proberen hoe hoog een ruitje op deze motorfiets zou moeten zijn om het merendeel van het windgeruis bij mijn hoofd weg te houden. Bij de gereden 80 km/u zou er toch bijna 10 cm ruit-verhoging bij moeten komen. Misschien kon ik nog wat ik elkaar knutselen….

Ede kwam dichterbij, en een kwartiertje later parkeerde ik de Deauville op de plek waar eerst de Honda CX500 stond. Volgens de TomTom, die dat allemaal bijhield, was ik 235 kilometers onderweg geweest. Wat betreft het zitten voelde dat niet zo aan, maar wel had ik later last van mijn nek, tegendruk gevent aan de wind.

Toch een hoger ruitje . . . ?




Terug naar de Motorpagina