Terug naar de Motorpagina


De Veluwse Stamtafelrit 2021


De volgende ochtend ben ik vroeg wakker, beetje van de zenuwen. Een regenpak wordt nog opgezocht, de route op papier gaat mee, en in de koffer van de Deauville komt naast het regenpak ook nog een paraplu te zitten. Telefoon wordt ingesteld, de weg naar het ontmoetingspunt in de TomTom Rider gezet, en rijbewijs en papieren en zo gecontroleerd. Ja, ik heb alles, zelfs de oordopjes in. Er is nog ruim tijd over, maar ik besluit om rustigjes aan te vertrekken naar Woudenberg.

In Woudenberg kan ik, geheel volgens de verwachting, tanken. En dan is het minder dan twee kilometer naar het afgesproken ontmoetingspunt, Restaurant Schimmel. Vanwege de corona maatregelen is het restaurant natuurlijk nog niet open, dus geen kopje koffie vooraf aan de rit.

Als eerste zie ik Henk met zijn CX Custom aankomen, niet al te veel later gevolgd door JiMi, op een Deauville. Ook Marcel komt, met zijn CX650. De volgende die aankomt is Erik, op een Deauville 700. En dan moeten we nog een heel tijd wachten op Frans, die ook de langste aanrij-route heeft. Maar uiteindelijk kunnen we ook hem en zijn CX500 hartelijk begroeten, allemaal natuurlijk op een beetje afstand, in Corona-stijl. Het blijkt dat we 2x3 rijden, drie maal een CX, en drie maal een Deauville. Tijd om te vertrekken.

... de volgende die aankomt ...
... de volgende die aankomt ...

Een heel klein woordje vooraf, vanwege het feit dat er na een paar kilometers een paar mogelijk modderige wegen zijn. En voor de rest zijn het allemaal ervaren rijders, die ik niets hoef te zeggen, die vanzelf de baksteen formatie zullen aanhouden en voldoende afstand. Toch wel fijn, als je een beetje weet van elkaar hoe de ander rijdt.

De motoren worden gestart, JiMi, Henk, Frans, Erik en ik hoeven maar de startknop aan te tikken of onze machines beginnen te draaien. Maar de CX650 van Marcel doet het niet. Na een paar startpogingen, met als enig resultaat een flinke PLOF uit de uitlaat, is de accu vrijwel leeg. Gelukkig heeft hij een starthulp bij zich, die op de accu wordt aangesloten. Nog maar eens proberen, en ja, nu slaat de CX na een paar pogingen aan, eerst wat haperend, maar even later met het vlotte gebrom van een nette CX. We kunnen vertrekken.

Rechtsaf van het parkeerterrein, en dan links. Bij de verkeerslichten begint het pas echt, want we gaan de Laageefseweg op, en vervolgens de Brinkanterweg. Net over het voormalige spoor, waarvan sporen in het landschap nog net zichtbaar zijn, gaat het rechtsaf, de Lambalgseweg op. Aan het einde rechts, en dan een flink eind verder waar de al genoemde mogelijk modderige stukken kunnen zijn. Het valt mee, en door de tunnel onder het spoortrace door gaat het op de A12 af. Een spoorweg overgang, en dan het viaduct van de Laarefseweg over de A12, naar de Haarweg. Hier is het redelijk rustig, onder de fris-groene bomen, en met zo af en toe een beetje zon erbij, geen slechte dag om op pad te zijn.

Er zijn ook wielrenners die het geen slechte dag vinden om op pad zijn, soms twee, vaker meer. Druk bezig met wat wielrenners zoal doen. En ja, bij de Giro snijden ze ook de bochten af, dus waarom niet hier, op de Bovenhaarweg. Nou, omdat daar toevallig een motorrijder aankomt, ik dus, en ik wil ook wat ruimte hebben. Het gaat allemaal goed, vanzelfsprekend, maar toch ….

Een ander groepje wielrenners heeft wat meer ruimte nodig. Die nemen ze dan ook. Maar net voorbij de aansluiting met de Ginkelseweg is er toch voldoende wegbreedte om deze jongens voorbij te gaan. JiMi, die achter me rijdt, kan er ook makkelijk langs, maar de anderen moeten even wachten op een tegenliggende auto. Dan sluiten ze ook aan, en zo komen we in Leersum.

TomTom's route gaat zo rechtdoor mogelijk door Leersum heen, maar komt wel uit waar we uit moeten komen, een lange smalle weg, de Amerongse Wetering. Saai? Nee, er is genoeg te zien, want behalve het uitzicht over de velden, de boeren woningen en de weidse vergezichten zijn er ook fietsers en automobilisten. Genoeg te doen, ook al is het geen dijk. Verplicht 60 km/u, verplicht rustig rijden.

De lange rechte weg eindigt in een buitenwijk van Wijk bij Duurstede. En daar schiet ik bijna de beoogde afslag naar links voorbij. Het wordt een vrij haakse bocht, waarna we een eind verder op de Singel uitkomen. Er komen auto's aan. Krijgen we voorrang? We hebben het wel, en ja, we krijgen het ook, het gaat wel eens anders.

Via een laatste restje Lekdijk rijden we langs de stadsmuur. En dan, terwijl we langs de muren van de oude binnenstad rijden, komt er toch een klein buitje. Even ben ik bang dat het zal blijven regenen, maar het duurt maar een paar minuten, en dan is het al weer over.

Via de brug over het kanaal komen we weer op een stukje dijk uit, de Lekdijk West. Ook hier is het een kwestie van rustig aan, dan gaat het allemaal goed. Er liggen plassen water op de dijk, en af en toe is er een tegenligger, maar de regen is gestopt, we rijden, het leven is goed.

Als we via de Beusichemseweg het kanaal weer zijn overgestoken is het links, beetje draaien, weer links en dan rijden we al op de Nachtdijk. Ook hier fraaie vergezichten, landerijen, en bijna geen verkeer. Langs de markante, vierkante, watertoren naar Werkhoven. De snelheid hier is max 30 km/u en dat is maar goed ook, want er zijn flink wat snelheidsbeperkende obstakels aangebracht. Maar ook Werkhoven wordt achter ons gelaten, en een paar kilometer verder komen we op, voor mij althans, bekend terrein. Odijk wordt gepasseerd, en langs de kantoren van de polite rijden we via station Driebergen-Zeist naar Driebergen-Rijsenburg. De laatste jaren is hier veel, heel erg veel veranderd, en de stationsomgeving is niet meer wat ik me nog kan herinneren van die vele jaren terug.

Ook de TomTom snapt er weinig van, want die zegt 'linksaf, daarna linksaf'. Maar ik weet dat we rechtsaf moeten, en zo komen we op de Hoofdstraat. Hier zijn op een paar honderd meter alle verkeerslichten verzameld die we in de rest van de route nog niet hebben gehad. En het is dan ook geen wonder dat ik eerst vier, en even later ook de vijfde meerijder ineens kwijt ben, als ik voor het verkeerslicht naar links sta. Veel zorgen maak ik me niet, minstens twee, en waarschijnlijk alle vijf hebben de route op hun navigatie, en ook weten ze waarschijnlijk het lunchpunt, restaurant Klein Zwitserland, wel te vinden.

Maar dan komt ineens JiMi rechts langs de achter me staande bestelbus naar voren. Boven het geluid van verkeer en motor uit hoor ik hem roepen “We zijn weer compleet”. Net op tijd, want het licht gaat op groen. JiMi voegt achter me in, en we gaan de bocht door. In de spiegel zie ik de anderen volgen. En dan gaat het busje naar rechts en zo zijn we toch weer bij elkaar. Rotonde, verkeerslicht, bocht naar links, en nu zijn we bijna bij het lunchpunt. Even wordt het zoeken naar een plek waar we de motoren kwijt kunnen zonder dat die om gaan vallen, en een min of meer verhard stukje leent zich daar prima voor.

... min of meer verhard stukje ...
... min of meer verhard stukje ...

Het volgende punt. Ik heb gereserveerd voor twee personen (volgens de corona regels moet dat) maar we zijn nu met zes man. JiMi zegt snel, 'O, ik hoor bij jou', dus die is van een plaatsje verzekerd, maar de andere vier, hoe moet dat?

Het blijkt geen probleem te zijn. Het is net 12:00 uur geweest, en is is nog genoeg ruimte op het terras van Klein Zwitserland. Ter plekke word er voor vier personen bij-gereserveerd. En zo zitten we, met anderhalve meter afstand, onder een grote parasol, die gelukkig ook dienst kan doen als paraplu. Want er komt nog wel een klein stortbuitje over. Ook dat gaat voorbij, en zo zit ik, voor het eerst sinds maanden, weer eens op een terras.

... met anderhalve meter afstand ...
... met anderhalve meter afstand ...
foto : Henk

Tijd voor een drankje, en om wat te eten te bestellen. En terwijl we daarop wachten haal ik even de geplastificeerde kaart van het tweede deel van de route uit de motor. Terug op het terras ben ik ineens mijn sleutels kwijt. Geen idee waar ik die heb gelaten, totdat Marcel opmerkt dat ze wel eens achter in de Deauville konden zitten, bij het slot van de koffers. En dat klopt. Weer een probleem opgelost.

Het volgende punt is de lunch. Klein Zwitserland weet het goed voor elkaar te krijgen, en eventjes wordt het iets stiller op ons plekje van het terras.

Maar dan, als het laatste kruimeltje van mijn uitsmijter verdwenen is, en ook de anderen hun bordjes netjes leeg gegeten hebben is het tijd voor de grote vraag: wat doen we verder. Links en rechts worden de weersvooruitzichten op de smartphones bekeken, en de algemene oordeel is, het kan, niet te lang wachten, maar het kan allemaal net. Het helpt ook dat de route twee of drie punten heeft waar een flink stuk afgesneden kan worden. Mochten we in een onafzienbare hoosbui van zondvloed-achtige proporties terecht komen, kunnen we snel naar het eindpunt.

... de lunch ...
... de lunch ...

... bordje netjes leeg ...
... bordje netjes leeg ...

Afrekenen en opstappen. Bij de motoren wordt alles in orde gebracht voor deel twee van deze Stamtafelrit. Ik hoef alleen maar het tweede deel in de TomTom te selecteren, anderen hebben wat langer nodig. Ook de CX650 van Marcel start nu zonder problemen. We kunnen....

Bij de tunnel onder de A12 door is tegenwoordig een verkeerslicht geplaatst. Het fietspas is verbreed, de rijbaan versmald. Even wachten, en weer door. En bij het doorgaan merk ik ineens dat ik de oordopjes weer eens vergeten ben. Stoppen? Of niet? Gewoon doorrijden, besluit ik.

Door het kleine plaatsje Austerlitz heen, naar de N224, en van daar in de richting Soesterberg. En op de rotonde merk ik dat ik de rest ben kwijtgeraakt. Dan maar even stoppen, helemaal aan het einde van de invoegstrook. En kijk, het duurt niet lang voordat ik twee, drie en dan vijf motoren zie aankomen. Het is weer goed, we zijn compleet, verder maar weer.

Waar de N238, de Krakelingweg, waar we nu rijden, de A28 kruist, zijn verkeerslichten. En daar raken Henk, JiMi en ik de anderen even kwijt, als zij niet, maar wij wel nog door kunnen rijden als het licht op rood springt. Dan maar even stoppen. En ik zie ook al een mooi plekje, want de in- en uitrit van de afvalverwerker RMN wordt op zondag toch niet gebruikt. Even wachten, en daar komen de achterblijvers al aan. We kunnen netjes voor hen weer de weg op, en gaan linksaf, de N237 op.

Ook de N237, de Amersfoortseweg, is voorzien van een flink aantal verkeerslichten. En het is bij één van deze verkeerslichten dat het bijna fout gaat, als het licht van groen naar oranje wisselt. Snel denken, zit er iemand achter me, wat is de afstand, hoe nat is de weg en hoe goed zijn de remmen ? Welnu, volgens mij zit er niemand achter me, en zeker geen auto, de afstand zou moeten kunnen, want zo hard rij ik nou ook weer niet, de remmen zijn heel goed en de weg is niet drijfnat. Dus: Remmen !

Vlak voor de streep kom ik tot stilstand. Prima, geen problemen, en net als ik stilsta schiet JiMi vlak langs me heen aan de rechterkant. Hij had verwacht dat ik niet zou stoppen, en reageerde daardoor toen ik wel remde, net iets later. Bij de verderop gelegen bushalte stopt hij alsnog, om op ons te wachten, en waarschijnlijk ook om even op adem te komen.....

Door de lange tunnel van de N237 gaat het verder. TomTom is ondertussen bezig mij te vertellen dat ik het helemaal fout doe volgens zijn elektronische kaart, maar mijn hoofd gebruikt een andere kaart, en die verteld me dat ik het prima doe. Zodoende gaan we tegen de goedbedoelde aanwijzingen van de TomTom rechtsaf bij de Richelleweg, en enkele honderden meters verder, linksaf, het Zeisterspoor op. TomTom ziet na een tijdje in dat ik weet wat ik doe en houd zijn elektronische mond dicht.

Het Zeisterspoor gaat na het viaduct over de A28 over in de Kolonel H.L.Van Royenweg, en aan het einde daarvan gaan we rechtsaf, de N227, Doornseweg op. Na het trage stukje van 60 km/u is 80 km/u dan toch wel weer lekker vlot. Bij een verkeerslicht blijkt dat het niet vlot genoeg is voor iedereen, want een witte Audi vind duidelijk dat het te langzaam gaat, en bij het verkeerslicht weet hij toch voor ons uit te komen, om bij het volgende verkeerslicht netjes achteraan aan te sluiten. Ons licht voor linksaf is groen.....

De N224, de Zeisterweg, rijdt ook lekker, en al snel komt Woudenberg in zicht, waar we de rotonde driekwart rondgaan, en dan direct weer naar links. Na wat bochten belanden we dan op de Griftdijk waar we linksaf de Meent oprijden. Het is een lange, rustige en vooral ook smalle weg, door het landgoed Den Treek-Henschoten, wat dan weer onder groen glinsterende bomen gaat, en dan weer een doorkijkje bied op een stuk heide of weide. Langs de statige buitenplaats Den Treek rijden we verder tot aan de Ooievaarshorsterweg. Een tweetal scherpe bochten, en aan het einde mogen we even wachten op het verkeerslicht. Dan gaan we rechtsaf, tot aan de rotonde bij Restaurant de Mof.

Hier wordt, na de rotonde driekwart rond te hebben gereden de Leusbroekerweg gekozen. En hier is ook een eerste mogelijkheid om te kiezen: lange route, of toch een kortere. Aangezien het zondag is en de gesloten verklaring alleen tussen 16:00 en 18:00 op maandag tot en met vrijdag geldt, heb ik de keuze. En het is rechtdoor veel leuker dan via de stadse omweg door Leusden.

Er zit ergens een gek bochtje in de weg, precies op de plek vaan de weg het trace van de verdwenen spoorlijn Amersfoort-Kesteren kruist. Verderop rijden we over de Voskuilerdijk de gemeente Woudenberg weer in. Via de Kolschoterdijk en de Moorsterweg naderen we De Glind. Een wat traag rijdende automobilist is zo vriendelijk om even aan de kant te gaan zodat we iets vlotter kunnen doorrijden. Aan het einde van De Glind is de Ringlaan. Dus de route volgend gaan we rechtsaf, de Ringlaan op. Maar nauwelijks rijden we daar of het begint te regenen. Niet een paar dikke druppels, nee, bakken met water komen naar beneden. Geen kans om ergens te schuilen, en de weg kan ik amper zien. Turend door het half open helm vizier weet ik de weg te volgen. Dit is wel erg nat.

Net zo snel als de bui kwam, zo snel verdwijnt hij ook weer. En wij zijn al bijna aan het einde van de rit, want over De Haar, een stukje Goorsteeg en Oud Willaer komen we weer op de N224 uit. Nog een paar kilometer en daar is Restaurant Schimmel al weer. Hoewel volgens het bordje het parkeren alleen is toegestaan voor gasten van het restaurant zet ik de motor toch op een gewoon verhard stuk parkeerterrein weer. We komen het een andere keer wel weer goed maken.

... parkeerterrein ...
... parkeerterrein ...

Een kort afscheid, want volgens de verschillende weer-apps kon het nog wel eens slecht weer worden, onderweg naar de verschillende huizen. Frans verdwijnt als eerste, JiMi daarna, en vlak daarna ga ik ook op huis aan.

Niet veel later rij ik samen met JiMi richting Veenendaal/Ede. Wanneer JiMi naar Veenendaal afbuigt ga ik verder naar Ede. Een nijdig rood autootje zit me iets te dicht op mijn achterspatbord naar mijn smaak, en ik ben blij als ik een zijweg naar huis kan nemen.

Thuis wordt de motor op zijn vaste plekje gezet, na de eerste rit van 2021. Laten we hopen dat het niet de enige zal zijn........




Terug naar de Motorpagina