Terug naar de Index
Levensloop
Aan de hand van de verzamelde kranten-knipsels, de persoonlijke herinnering van Dhr. J.Versteegt, en diverse andere bronnen zullen we hier, op deze pagina, een overzicht proberen te geven van het leven van de Orgelbouwer J.Versteegt.





Dominee Versteegt
Op 26 maart 1928 werden, zeven jaar na de geboorte van hun dochter Willemina, "schippersdominee" ds. Jan Versteegt en zijn vrouw Bets Versteegt-Kruithof verblijdt met de geboorte van hun zoon, die de naam Johannes kreeg. Hij werd geboren te Zwijndrecht, maar groeide op in Loosdrecht waar zijn vader beroepen werd. Vaak was de kleine Johannes te vinden in de kerk, en dan bij het orgel, wat hem op jonge leeftijd al fascineerde.

Twaalf jaar was hij, toen de tweede wereldoorlog uitbrak. Zijn vader, gereformeerd predikant, weigerde te buigen voor de wil van de bezetter. Hij bleef, ondanks het verbod van de Duitsers, tijdens de kerkdiensten in het gebed Gods zegen vragen voor de verdreven Koningin. Uiteindelijk, na een dienst te Amersfoort, werd zijn verblijfplaats verraden en werd hij aan de Duitsers uitgeleverd. Ds. Versteegt stierf vlak na zijn bevrijding uit het concentratiekamp, in een ziekenhuis te Hildesheim, Duitsland.

In die jaren werd de jonge Hans Versteegt gevraagd om het orgel van de kerk in Nieuw-Loosdrecht te bespelen. Het was een jongensdroom die in vervulling ging. Nog geen 14 jaar oud werd hij de vaste organist. Later in de oorlog werkte hij bij de bekende jachtwerf van Ottenhome, als zovelen die in de 'gevaarlijke' leeftijd waren.

Na de oorlog moest het gezin Versteegt de pastorie in Loosdrecht verlaten. Ze vonden onderdak in Rotterdam, bij familie.

In de jaren '40 en '50 was de grote nieuwigheid de elektronenbuis. Elektrische versterkers, kristalontvangers en meer nieuwigheden hadden een onweerstaanbare aantrekkingskracht op Hans. Al in de oorlog was hij begonnen om de geheimzinnige krachten van de elektronen te onderzoeken, om zelf wat te bouwen, creëren, scheppen...

Maar eerst moest er geld verdiend worden. Hans Versteegt werd machinist op de Rijnvaart. Ook aan boord werd er geknutseld en geprobeerd. Steeds meer groeide het idee dat er muziek in de elektronica zat. Fluiten en piepen vormden de voorbode van..... Ja van wat. Niemand wist het.
Bij ds. de Wit in Rotterdam, bij de jeugdvereniging Delfshaven, ontmoette Hans Bea Schouwstra. En in 1952 eindigde het machinistenbestaan van Hans. Hij trad in het huwelijk met Bea. In Limburg werd er een nieuwe baan gevonden. Huismeester op een internaat. En ook op het internaat klonken spoedig elektronische geluiden. Toen het gezin Versteegt, nu bestaande uit Hans, Bea en de kinderen Rineke en Hans verhuisde naar Ede, waar Hans huismeester op de machinistenschool aldaar werd, verhuisden de geluiden mee. In Ede werd Willem-Carel geboren. Hans bleef doorwerken aan zijn orgel, en stopte al zijn vrije tijd en al de spaarcenten van het gezin in zijn hobby, die zijn grote uitvinding moest worden.

Al jaren liep Hans van de ene (orgel-)fabrikant naar de andere. Niemand zag wat in de uitvinding van die rare machinist. Hij had niet eens een diploma in de elektronica ! Het geld raakte op, en Hans moest zelfs van zijn moeder fl. 3000.-- lenen, om aan zijn experimenten, zijn uitvinding, te kunnen werken.
Niemand geloofde in de droom van de voormalige Rijnvaartmachinist.

De firma Vreeken in Bodegraven werd de redding. Dhr. Vreeken sr. zag het geknutsel, en wat meer is, hij zag de mogelijkheden die deze schakelingen boden. Hij gaf Hans een aantal weken de tijd om zijn vinding te vervolmaken. Hans en Bea stonden voor een moeilijke keuze. Doorgaan betekende: de vaste baan opzeggen, tijdelijk uit elkaar gaan. Het betekende dat Hans zich een tijdlang helemaal aan zijn orgel ging wijden, en dat het gezin de (dienst)woning in Ede zou moeten verlaten. Stoppen betekende: het opgeven van de droom, het einde van het orgel, voordat het begonnen was. Uiteindelijk werd de beslissing genomen. Hans trok in bij zijn moeder in Rotterdam, Bea ging met haar drie kinderen terug naar haar ouders. Het werd een zware tijd voor het gezin. Het is 1959.


Eminent 60
Hans bouwde zijn orgel, en weerstand na weerstand, spoel na spoel, condensator na condenstor, groeide het orgel. Nee, het geluid leek niet op een harmonium, het was ook geen harmonium, maar het was wel muziek. In die weken werd het geknutsel de basis voor een nieuw orgel, zoals de wereld nog nooit gehoord had. Een aantal maanden later kwam het gezin weer bij elkaar, in een oud huisje aan de Overtocht in Bodegraven.
En aan het einde van 1959 werd het eerste Nederlandse elektronische orgel, de "Eminent 60" gepresenteerd. Het was een grote dag voor Hans Versteegt, die enige dagen daarna zelfs op de televisie verscheen met zijn uitvinding.

Orgels werden gefabriceerd, nieuwigheden uitgedacht en toegevoegd. Het 'geknutsel' werd werk, veel werk, en als spoedig kon het kleine huisje aan de Overtocht in Bodegraven vaarwel worden gezegd, voor een grotere woning in de Karel Doormanstraat. Maar ergens werd de druk te groot, de spanning van jaren had zich opeengehoopt, en zocht een uitweg...

Hans kreeg, wat we nu noemen een "burn-out", "overspannen" heette dat in de jaren 60. Met ernstige stemmingsstoornissen, en zeer depressief werd hij opgenomen in de bekende "Jelgersma" kliniek in Oegstgeest. Na zijn ontslag daar kwam het advies dat Hans maar eens een lange vakantie moest nemen, op de Wadden-eilanden of zo.
Zo vertrok Hans naar Terschelling, zijn orgels en gezin achterlatend. Maar hij ging niet alleen. Een jonge leerling-verpleegster, Rineke Flobbe, ging met hem mee, want het werd niet verantwoord geacht om hem alleen te laten gaan. Op het eiland was de zeewind, waren de ontspanning en de vrijheid terug te vinden die zolang weg geweest waren. Even geen verantwoording, geen gedoe. Alleen maar rust. En Rineke. Ook Rineke Flobbe was er, en in de weken dat Hans weer tot rust kwam, zorgde zij voor de vermoeide uitvinder, waste zijn kleren, kookte zijn maaltijd. Langzaam zakten Bodegraven en Bea en de kinderen weg in een grijze mist, weg in het verleden, en een nieuwe toekomst diende zich aan.


Ri-Ha Andante
Hans keerde terug naar Bodegraven, maar slechts voor korte tijd. Hij nam afscheid van Eminent. De ideeën van de fabriek stonden hem niet aan. Massaproductie, nee, dat was het niet. Er kon méér met het elektronische orgel gedaan worden, maar Vreeken had er andere plannen over, en het was tenslotte de fabriek van Vreeken. Hij nam ook, vlak na de geboorte van zijn dochter Els afscheid van Bea en de kinderen. In het midden van 1964 werd de scheiding tussen Hans en Bea uitgesproken. Hans trok met Rineke Flobbe in een huisje in Ermelo. Maar nu was zijn geest weer tot rust gekomen, nu waren er weer plannen te maken, orgels te ontwerpen en te bouwen. Met hetzelfde enthousiasme waarmee hij de Eminent had ontworpen tekende en bouwde hij een nieuw orgel, en met de hulp van een paar vrienden in Harderwijk kon aan het einde van 1964 het nieuwe orgel gepresenteerd worden. De "Ri-Ha Andante" werd een doorslaggevend succes, dat het geweldige resultaat van de Eminent nog overtrof. In enkele weken tijds bereikte de dagelijkse productie 20 stuks per dag, met uitschieters naar 30, 35 soms zelfs 40 instrumenten per dag, een voor die dagen europees record.

Ontwikkelen in Zuid-Afrika
Ri-Ha stuurde Hans naar het buitenland, naar Zuid-Afrika. Daar moest de orgelbouwer proberen een orgelfabriek te starten. Daar, ver van familie en vrienden, trouwde Hans met Rineke, in april 1966.
Ook in Zuid-Afrika werden de demonstraties op het nieuwe orgel enthousiast ontvangen. Maar al spoedig kwam er bericht uit Nederland: "kom snel terug". Voordat de produktie in Kaapstad opgezet kon worden, vlogen Hans en Rineke terug naar Nederland, waar binnen de directie van Ri-Ha onenigheid was ontstaan over Versteegt. De oprichter en grondlegger van Ri-Ha werd naar Venlo gestuurd, "om te ontwikkelen". Men had besloten dat hij niets meer met de dagelijkse gang van zaken op de fabriek te maken mocht hebben. Dat zat Hans, weer op een zijspoor gerangeerd, dwars en hij zocht een uitweg. Weg bij Ri-Ha leek de oplossing, maar waarheen ? Een vriend vertelde hem over een accordeon fabriek, in Italië: 1000 geschoolde arbeiders, vrijwel werkeloos, omdat er voor hun produkt geen markt meer was. Het was een kans. Hans had een produkt, maar, zonder de steun van de Ri-Ha directie, geen fabriek. Daar was een fabriek, maar geen produkt. Dus stapten Hans en Rineke in het vliegtuig, en vestigden zich in Rimini, Italië. G.E.M. en Viscount werden de nieuwe merken die werden ontwikkeld. Deze keer pakte Hans het anders aan: geen salaris, maar een percentage van elk verkocht orgel. De C2 werd gebouwd, de C3 werd gebouwd en een jaar later stond de Firato weer versteld: Versteegt had weer een orgel. Drie lange jaren werkten beiden aan de Viscount en G.E.M. De Italiaanse zon was vriendelijk, maar toch misten beiden Nederland. En Hans miste de kans om dat te doen waar hij goed in was, het bouwen van nieuwe orgels, want ook bij Viscount werd er meer van hetzelfde gemaakt, voortbordurend op bestaand succes.

De Versteegt's trokken weer naar Nederland, en in Ede werd een huis gekocht, een huis met een groot souterrain. Het succes van het Viscount orgel had Hans, die per verkocht orgel een percentage van de winst ontving, een aardig startkapitaal opgeleverd voor iets nieuws. Maar de tijd was nog niet rijp, eerst moest er ontworpen en getest en geluisterd worden. Voorzichtige contacten werden gelegd met elektronici, met orgelmensen, met verkopers. Maar de meeste tijd werd doorgebracht in het souterrain, dat werd omgetoverd in een orgelatelier. De grondslag werd gelegd voor het succes van de latere jaren, waarin één merknaam synoniem zou worden voor het elektronische kerkorgel.

Want dat was waar Hans naar streefde. Een elektronisch kerkorgel. Al in de Eminent was de belofte voor een dergelijk instrument aanwezig, in de Ri-Ha was het tot een voorzichtig ontluiken gekomen, en in de Viscount voorzichtig geprobeerd. Nu was het tijd. En in het souterrain in Ede ontstond "Johannus". Toon voor toon, stem na stem, met een haast onmenselijk geduld zocht, probeerde, en vond Versteegt steeds weer net die harmonische, die kleur, die afstemming die het orgel meer dan de som van zijn delen deed worden. Het kerkorgel K-II, met zijn strakke lijnenspel, was volgens sommigen de eerste echte "Johannus". Er werden er een aantal tegelijk gebouwd, in stilte. Maar geen van de orgels leek op de andere. Aan de ene muur een Barokorgel, er tegenover een Romantisch instrument, en daartussen, achter een derde orgelkast, Hans ijverig bezig met soldeerbout, weerstanden en spoelen. Instellingen aan alweer een nieuw orgel aanbrengen. Personeel had hij niet. Nee, geen personeel, daarvoor werkten ze te hard. Het waren mededromers, dromend van een nieuw geluid, een nieuwe schepping. In 1971 was het tijd, en was het orgel klaar. Weer op de Firato. Weer een nieuw orgel, maar toch anders. De orgelbespelingen trokken een breed publiek. Geen ritmebox, geen string-synthisiser, geen gekleurde lampjes en voorgeprogrammeerde deuntjes. Het rijke, volle geluid van een kerkorgel stroomde over de stands, de gangen, door de hallen. En naast het orgel, luisterend naar onvolkomenheden die zelfs hij niet kon vinden, stond de maker van het eerste Nederlandse elektronische kerkorgel.


Productie in Veenendaal
In het souterrain was in de verste verte niet voldoende ruimte om verder te bouwen, om al die orders die binnen kwamen uit te voeren. Veenendaal, de oude fabriek van "van Schuppen" bracht uitkomst. Hier werd Electronium N.V. gevestigd, hiervandaan werden de eerste "Johannus" orgels geplaatst in kerken, en hier werden de huis- en studie orgels van "Johannus" gebouwd. Het ontwerp bleef grotendeels in het souterrain, waar Hans nog vaak tot diep in de nacht bleef spelen, luisteren, en vervolmaken.

In 1972 werd dochter Ingeborg geboren. En ook in dat jaar kocht Hans, die diep in zijn hart nog immer de stem van het water hoorde roepen, een schip. Niet zomaar een jachtje, maar het voormalig rijkswaterstaatjacht de "Breezand", nu herdoopt tot "Viking".

Nieuwbouw "Johannus"
Maar twee jaar later was ook Veenendaal werd te klein, en het paste niet meer bij "Johannus". Er werd besloten tot nieuwbouw, in Ede. Het moest een ruim gebouw worden, modern, strak van lijn met, en dat was een noodzakelijkheid, een goede ruimte om de vele orgels die nu al hun weg vonden naar de klanten, juist op toon te brengen. Ede zou er niet alleen een fabriek bij krijgen, Ede kreeg er ook een concertzaal bij. De opening van de zaal en de fabriek, in maart 1976, werd verricht door niemand minder dan Feike Asma, die in de laatste jaren een goede vriend en adviseur van Versteegt was geworden. Beide mannen waren meester op hun vakgebied, Asma de organist, Versteegt de orgelbouwer, en ze vulden elkaar goed aan.


Personeel op de Viking
De orders bleven komen, de orgels bleven groeien, en overal waar het maar mogelijk was, was Versteegt er persoonlijk bij om een nieuw orgel te intoneren. De "Viking" werd een vertrouwd beeld voor organisten en kerkbesturen, en ook voor het personeel van "Johannus Orgelbouw". Het kwam voor, dat de directeur op een warme zomerdag de fabriek sloot, en samen met zijn personeel een dag het water opging. Ook werd de "Viking" gebruikt als drijvend hotel, wanneer een plaatsing of orgelbeurs dicht genoeg bij een rivier of haven, plaatsvond. Het waren zonder twijfel gelukkige dagen voor orgelbouwer Versteegt.

Maar er waren ook minder vrolijke perioden. In 1977 werd de scheiding uitgesproken tussen Versteegt en zijn vrouw Rineke. Al enige maanden leefden de twee gescheiden. Hun vierjarige dochter Ingeborg bleef voorlopig bij Hans in Ede wonen, totdat Rineke haar leven weer op orde had.
De presentatie van de majestueuze Opus 130 op de jaarbeurs in Utrecht, bespeeld door Carel Schultz, miste hierdoor voor Hans het feestelijke tintje.

Het lag niet in de aard van Versteegt om bij de pakken te gaan neerzitten. Al geruime tijd had hij plannen voor een nieuwe onderneming, die nauw aansloot bij zijn liefde voor de zee. Versteegt Shipping Renovation werd opgericht, en met de aankoop van de bitumentanker "Butimenjo" had hij, naast een prachtig stuk techniek, ook weer de mogelijkheid om zich op een groots project te werpen.

Het vrachtschip de "Richmond" volgde, en de sleepboten "Caudebec" en "Courageux". Maar Versteegt ondervond dat de naam die hij had opgebouwd met zijn orgels, nu makkelijk in verbinding gebracht kon worden met minder eerzame zaken. Toen hij de kans kreeg om de voormalige "Rode Zee", nu "Sea Rover" te kopen, aarzelde hij geen moment. Deze sleepboot, met zijn beroemde verleden, was een buitenkansje. Slechts kort, minder dan een week, hield hij het schip in bezit. En zelfs dat was nog te lang, naar later bleek. Een aantal jaren later werd de naam van "Versteegt Shipping Renovation" in verbinding gebracht met de "Sea Rover", toen dit schip in 1981 in het Kanaal werd opgebracht wegens drugsmokkel. De daarop volgende stortvloed van beschuldigingen aan zijn adres schokte Versteegt zeer.

Nadat Rineke Hans had verlaten, had Hans gezocht naar iemand die voor Ingeborg kon zorgen. En in 1978 trad Hans voor de derde maal in het huwelijk. Haar dochter werd als zijn dochter aangenomen, en later werd een zoon, Johan, geboren.

Bij de vervolmaking van het Johannus orgel bleek al gauw, dat er inderdaad behoefte was aan een groot orgel, wat vooral ook transportabel moest zijn. De Opus 130, met zijn massieve speeltafel, was ondanks het imposante van het orgel niet geschikt als reisorgel. Maar in de Opus 140 schiep Hans een orgel dat zich kon meten met elk pijporgel waar dan ook. Het hoogtepunt voor dit reisorgel was niet in een uitzending van "U zij de Glorie", of een kerstdienst in Schiedam. Dit orgel maakte een voor die tijd uniek concert mogelijk, en bracht twee organisten tot samenspel.

In Kampen bespeelde Willem Hendrik Zwart het beroemde Hinsz-orgel, en in Maassluis had Feike Asma zijn eigen orgel. Al lang waren zij bevriend, maar nog nooit hadden ze samen een concert gegeven. Er was eenvoudig geen kerk, zaal of hal te vinden met twee gelijkwaardige orgels. Met de Opus 140 werd een dubbelconcert van deze beide grootmeesters van de Nederlandse orgelmuziek mogelijk. Het orgel werd opgesteld in de kerk te Kampen, en voor het eerst in de Nederlandse orgelgeschiedenis speelden Feike Asma en Willem Hendrik Zwart een dubbelconcert.

Johannus Touring Concert Operation


De Opus 140 werd het reisorgel van Johannus Orgelbouw. Een speciaal voertuig werd vervaardigd, waarin het gehele orgel vervoerd kon worden, geluidsboxen, speeltafel en alle benodigde kabels. Ook was er een kleine opname-studio ingebouwd, geschikt om een concert op te nemen in beeld en geluid. Johannus Touring Concert Operation was in staat om de ene dag in Schiedam, de volgende dag in Naarden of Dokkum de Opus 140 te laten klinken.

Op 17 Mei 1984 werd het 25-jarig jubileum van de orgelbouwer Versteegt gevierd. Het feest werd gehouden in Den Haag, en was een verrassing voor de jubilaris. Organisten, verkopers, muziekliefhebbers, klavarskribo enthousiasten, en vele, vele anderen kwamen hem feliciteren. Deze dag was de orgelbouwer het stralende middelpunt van de belangstelling. Na een zeer druk bezochte receptie was er een besloten diner, waarna een concert in de Lutherse Kerk volgde. Aan dit concert werd niet alleen door Feike Asma en Willem Hendrik Zwart, maar ook door het Westlands Mannenkoor onder leiding van Piet Struyk, meegewerkt. Feike speelde op de Opus 140, Willem Hendrik bespeelde het magnifieke Batz-orgel van de kerk, een tweede dubbelconcert.

Aan het einde van datzelfde jaar, op 18 december, ging er een schok door orgelminnend Nederland. In het AMC te Amsterdam was op 72-jarige leeftijd plotsklaps één van Nederlands grootste organisten, Feike Asma, overleden. Dit raakte Hans diep. De dood van zijn goede vriend bracht bij hem het besef dat iedereen eens moet sterven, maar ook dat een mens van het leven moet genieten.

In januari van 1985 nam Hans, zoals zo vaak in zijn leven, een drastisch besluit. Hij verkocht "Johannus" waarbij hij, zo was het plan, als adviseur werkzaam zou blijven. Maar hier had de geniale orgelbouwer zich verkeken. Hij kende de orgels, de muziek, de elektronica, maar kende de mensen minder. Het grote publiek, de kerkbesturen en de organisten hadden vertrouwen in hem persoonlijk, in zijn visie op de elektronische orgelmuziek. Met een nieuwe directie aan het muzikale roer kelderde de omzet van het eens bloeiende bedrijf. Binnen twee jaar stond er een faillissement voor de deur, en "Electronium B.V." de houdstermaatschappij van Johannus hield op te bestaan. Een externe investeerder kocht de restanten van het eens bloeiende bedrijf. Hans Versteegt, geen eigenaar meer, moest dit alles met lede ogen aanzien, ja, hij moest zelfs, soms met tranen in zijn ogen, rechtszaken tegen zijn voormalig bedrijf voeren, omdat deze de pensioengelden die nog in het bedrijf zaten, niet wilde uitkeren.
Ook de "Viking" werd verkocht, en vaart sindsdien als een "partyschip" voor een bedrijf in Loenen. Het huis in Ede was ook (gedeeltelijk) eigendom van het bedrijf, en dus was Versteegt gedwongen te verhuizen. Het werd Bennekom, waar hij, na enige omzwervingen, neerstreek in het landhuis "Sakkara".

Hier eindigt de levensbeschrijving van "De Orgelbouwer". Hans Versteegt heeft, behalve orgels bouwen, nog meer gedaan. Deze gebeurtenissen vallen (althans voorlopig) buiten het kader van deze levensbeschrijving, die gericht is op de prestaties van Hans Versteegt als orgelbouwer.

Terug naar de Index