Terug naar de Motorpagina


Een Vechta 1-daagse


Het is vroeg, schrikbarend en ontstellend vroeg, dat mijn wekker afgaat. Iets na half vijf is het op de ochtend van deze zaterdagse 6de juni. Waarom zo vroeg? Oh ja, een motorritje naar het verre Vechta. Nou ja, zo ver is het ook niet, maar toch zal het wel een paar uurtjes duren. Zachtjes stap ik uit het bed, en begin aan het gebruikelijke ochtend ritueel....


Maar waarom niet gewoon het hele weekend Vechta mee maken? Ook al is er vanwege lekkage in één der slaapgebouwen, geen slaapplekje vrij, de tent die al die jaren zulke goede diensten heeft bewezen is er nog, de slaapzak, en het matrasje zijn er ook nog, dus waarom niet? Nou ja, de jaren beginnen mee te tellen, maar er waren ook nog andere redenen.


Zo was er een onderzoekje in een MRI op vrijdag de 5de wat me verhinderde om op vrijdag met de gebruikelijke groep mee te rijden. En op zondag de 7de is het onze trouwdag. Geen speciaal jaar, maar altijd wel een speciale dag. En dan ben ik thuis. Zo bleef er alleen de zaterdag, de 6de juni over om naar Vechta te gaan. En laat dat nou ook net de dag zijn dat de gebruikelijk terugrit vanaf de Dummelsee naar het terrein van de BdkJ plaatsvind. Dat is altijd wel een leuke rit. Politie ervoor, verkeersregelaars op de kruisingen, verkeerslichten negeren, echt wel leuk. Daar zou ik best weer bij willen zijn.


En zo werd het plan geboren om erg vroeg vanuit Ede te vertrekken. En als ik vroeg genoeg was, had ik nog de gelegenheid om het gebruikelijke en altijd weer bijzondere ontbijt in Vechta mee te maken. Maar dan wel erg vroeg vertrekken, berekende ik. En zo stond ik tegen vijf uur klaar, met het warme motorpak aan, extra schoenen en de dunne motorjas in de topkoffer, en de voorgeprogrammeerde navigatie in de jaszak. Nog even goedendag zeggen tegen Joke, die toch wakker was geworden, en daar ging ik, de ochtendschemer in.


De topkoffer werd op de Deauville gezet, de tas werd in de zijkoffer gedaan, en dat was dat. De 'trip'meter van de motor stond op 77 km, de afstand na de laatste tankbeurt. Een volgende tankstop zou ergens in Duitsland moeten plaatsvinden, wat me goed uitkwam, want de literprijs is daar veel lager als in Nederland.


Het is toch wel heel anders, rijden tijdens een tijd dat het grootste gedeelte van Nederland nog slaapt, of in elk geval zich nog eens lekker omdraait. De weg naar Otterlo was vrijwel leeg, en op het stukje naar Apeldoorn over de N304 kwam ik welgeteld maar 1 auto tegen. Heel ver achterme, bijna niet te zien in de spiegels, was ook een auto. Rustig was het, erg rustig. Het enige waar ik me de afgelopen dagen een klein beetje zorgen over had gemaakt, waren de dieren, die in de bossen tussen Ede en Apeldoorn leven. Die zouden zomaar, vanwege de rust, ineens de weg kunnen oversteken. Maar ook de dieren sliepen kennelijk nog allemaal, en zonder problemen bereikte ik de A1, richting Deventer.


Gewoonlijk is het invoegen op de A1 een kwestie van goed opletten, en verstandig met de gashandel om gaan, om tussen het drukke verkeer in te voegen. Maar nu helemaal niet. De hele A1 was leeg, geen kip te zien (kippen mogen zo-wie-zo niet op de snelweg, maar dat terzijde). Een tikje verbaasd over de leegte nam ik een positie in op de weg, en omdat het nog ruim voor 06:00 was, ging het gas er ietsjes bij, en nog wat, totdat de kilometerteller van de TomTom aangaf dat ik echt wel 120 km/u deed. De kilometerteller van de Deau gaf meer aan....


Pas na het knooppunt Beekbergen waren er iets meer auto's op de weg, en ook het aandeel vrachtverkeer nam toe. Maar ach, er was nog steeds meer dan genoeg ruimte links en rechts, en ook voor en achter me. Hoewel, waarom die ene auto nou niet boven de 95 km/u uitkwam? Dan maar vlot erlangs, en ook al was het ondertussen al na 06:00, met een verplichte snelheid tot 100 km/u, vlot erlangs geeft meer veiligheid.


Duitsland had sinds een aantal maanden weer grenscontroles ingevoerd. Zo ook bij de grensovergang 'De Lutte'. Maar dat zou betekenen dat ik de verdere route grotendeels over de snelweg zou rijden. Er was genoeg tijd om rustig de geplande weg te gaan, en dat was via Oldenzaal naar Denekamp, en daar de grens over, richting Nordhorn. Ook deze weg was formidabel rustig, hoewel er hier wel wat meer auto's waren. Nou ja, het was al na half 7. Richting Nordhorn, en dan de grens over. Vroeger was het in Nordhorn rechtsaf, maar nu ging het rechtdoor, totaan de volgende verkeerslichten, en daar pas rechtsaf. Wel veel rustiger als direct de 213 op, maar misschien lag dat aan het vroege tijdstip.


Terwijl ik me zat af te vragen wat korter of sneller zou zijn (maakte eigenlijk niets uit) passeerde ik het beoogde 'JET' tankstation. Daar had ik even willen stoppen, tanken, en een kopje koffie of zo, maar ik reed de afslag naar het industrieterrein 'Klausheide' voorbij. Dan maar niet, en misschien in de middag, op de terugweg.


Ook in Duitsland was het erg rustig. Waar je gewoonlijk al vrij snel achter een vrachtauto komt, die al een hele trein aan personen auto's achter zich heeft, was er ook hier een vrije weg, zodat in plaats van de vrachtauto-snelheid van 70 km/u er gewoon 100 km/u gereden kon worden.


Op die manier schoot het lekker op, en ik begon langzaam uit te kijken naar een tankstation. En ja, daar was er eentje, dezelfde waar ik eerder getankt had, de Aral in Furstenau. Ik draaide het tankplein op, en zette ze motor stil naast een pomp. Even afstappen, even wat anders, na meer dan twee uur motorrijden. Na een minuut of tien was de tank van de Deauville weer vol,was mijn blaas leeg, had ik me even ontspannen, en kon de reis weer verder gaan. Minder dan 55 minuten, volgens de TomTom. Na Schwagtorf werd de 213 verlaten, en de weg vervolgd over de 214. Het schoot lekker op.


Vlak voor Bersenbruck draaide ik de '86' op. Ook hier geen vrachtwagens, dus lekker doorrijden. 'Het gaat goed' dacht ik, maar helaas, dat had ik beter niet kunnen denken. Voor me een rij auto's, achter een vrachtwagen, en die ging met een gekmakende slakkengang van net aan 60 km/u over de weg. En 60 is heel erg langzaam als je een hele tijd 100 hebt gedaan.....!


Bij Quackenbruck raakte ik die vrachtwagen kwijt. Niet dat het veel hielp, want deze weg, de L854, Quackebrucker Strasse, was niet al te best onderhouden, met als gevolg : max. 70km/u. Maar goed, net voorbij Dinklage ging het al weer iets beter, en het laatste stukje naar de Moorkamp in Vechta ging gewoon weer lekker vlot. Om 8:30 zette ik de motor neer op het veld voor de 'overige' motoren, naast een andere Deauville. Dat was dat.


... naast een andere Deauville ...

... naast een andere Deauville ...

Het Vechtase ontbijt was nog ik volle gang, en na de verheugde ('leuk dat je er bent') en veelal ook verbaasde ('hoe kon jij hier zo vroeg') begroetingen liep ik ook langs de tafels met uitgestald lekkers. Broodje, eitje en koffie, veel koffie. En even later nog een keer, maar dan alleen voor de koffie. Want hoewel ik best wel lekker had geslapen, was het toch wel wat kort geweest. Verhalen over en weer, over hoe de vrijdagse regen ervoor had gezorgd dat niemand Vechta droog bereikte, en hoe het weer deze ochtend was geweest. Prima weer, antwoorde ik, fantastische, rustige en mooie reis gehad.......


Vrienden opzoeken, motoren kijken, aanmelden als daggast, rondlopen over het terrein, waar ook mooie dingen te zien waren, al die dingen gingen prima. Maar ergens voelde ik toch de vroege uren en de gevorderde leeftijd in mijn nadeel werken. In één van de gebouwen vond ik een erg uitnodigende bank, en daar werden de vermoeide oogjes eventjes dichtgedaan.....


... motoren kijken ...

... motoren kijken ...

... mooie dingen ...

... mooie dingen ...

Terug in het land van de wakkere mens vond ik het tijd om het programma van deze dag te gaan bekijken. Het programma was snel genoeg gevonden, maar wat niet gevonden werd was de aankondiging van de Dummelsee-Vechta rit. Nadere informatie leerde me dat wegens kosten en vergunningen de rit niet doorging. Zo, en dat was dat. Het was wel één van de redenen waarom ik deze dag zo vroeg was opgestaan, en naar het treffen was gereden. Maar nee, deze keer dus niet.


Coen stelde voor om toch de Dummersee op te zoeken, en daar dan te kijken wat we verder konden verzinnen. Goed idee, en even later vertrokken Werner, Michael, Coen met Lieke en ik naar de Dummersee. Einde weg links, gaf de navigatie van Coen aan, Maar dat was, wist ik uit ervaring, een onverharde weg, niet echt fijn voor motoren. Dus werd het rechts, en 'ga jij maar voor' wenkte Coen me. Zodoende reden we met vier motoren naar de Dummerzee. Parkeren was niet zo‘n punt, maar wel moesten we dan op dat specifieke terras gaan zitten. Nou ja, dat kon. Het viel wel tegen dat het broodje paling veel broodje, maar heel weinig paling was. Daartegenin was het broodje hamburger minstens twee keer zo groot als verwacht.


... broodje hamburger ...

... broodje hamburger ...

En toen vroeg Lieke ineens: “Rij je nog mee terug naar Vechta, of ga je vanaf hier direct naar huis?” En daar had ik nog niet aan gedacht. Maar wat zoeken op de telefoon, weer en wegen wegend, en de tijd erbij houdend, ja, misschien was het wel een goed idee om vanaf hier, de Dummersee, op huis aan te gaan. En nadat Lieke toch nog echte gerookte paling had weten te bemachtigen, die in het stokbroodvak van Coen‘s NT700 werden opgeborgen, werd de terugreis aangevangen. Werner, Michael en Coen en Lieke terug naar Vechte, en ik terug naar Ede. Een kleine kilometer reden we nog samen, maar daarna gingen zij rechtsaf, en ik rechtdoor.


Het waren kleine en ook heel kleine wegen en weggetjes waar de TomTom me probeerde te leiden. Maar heel langzaam kwam ik op een weg die ik vagelijk herkende van vorige keren. En toen was er een weg die ik zeker herkende, de 214.Dat ging in elk geval de goede kant uit. Alhoewel, de goede kant?


Waar deze ochtend in de verste verte geen spraken van regen was geweest, was het nu toch wel een stuk dreigender. En tussen Ankum en Lingen begon het toch eventjes te regenen. Het duurde niet erg lang, en het was ook niet van zondvloed-achtige proporties, maar het was wel nat. De Polaris kuip van mijn oude ‘Rode Rakker‘ was wel wat groter, maar ook het smallere scherm van deze Deauville hield een redelijk hoeveelheid regenwater tegen.


Na deze bui bleef het dreigen. Gelukkig zonder grote hoeveelheden regen. De paar motregen spatjes, ach,daar was mee te rijden. Toch leidde het met af van andere zaken, zoals het geplande tankstation ergens voor Nordhorn. Het moest hier ergens zijn, dacht ik, staande voor een verkeerslicht. Maar waar? Goed, groen licht, we mochten weer, en net voorbij de bomenrij zag ik, natuurlijk net te laat, de reclame mast van het tankstation. Terug gaan? Ach er zit nog benzine genoeg in, en er zou vast wel een ander tankstation zijn, wat niet de erg hoge literprijs hanteerde die ik in Nederland weer zou betalen.


Maar ik volgde nu de TomTom, en was toch wat minder scherp. Waar ik normaal gesproken best wel een beetje weet waar en hoe, zeker als ik er vaker langskom, volgde ik nu de TomTom die me onder Nordhorn de 26, Gildenhauser Strasse opstuurde. Dat op dat moment ook de regen rustigjes weer begon hielp natuurlijk ook niet. Op deze manier, en daar kwam ik al snel achter, miste ik wel de goedkopere tankstations in Duitsland. In de stromende regen kwam ik bij de A1/E30, en niet veel later reed ik Nederland binnen.


Soms hield de regen even op, maar na een tijdje begonnen de druppels weer zachtjes op mijn helm te tikken. En hoewel ik het grootste deel van mijn aandacht op weg en verkeer hield, waren er toch genoeg momenten om iets te doen met de vallende druppels.


Zachtjes tikt de regen op mijn helmvizier,
Ritme van mijn motorblok.
Het regenpak is nieuw maar helpt geen zier,
Want ik heb zelfs een natte sok......


Het eerste tankstation wat op de route lag werd overgeslagen. Kinderachtig misschien, maar ooit was ik daar nogal onvriendelijk behandeld, en als het niet hoeft, dan niet. Zodoende was het volgende tankstation mijn doel. Dagteller en geschat verbruik en zo gaven aan dat het misschien nog wel mogelijk was om tot Ede te rijden, zonder erg dure benzine te tanken langs de snelweg. Maar het zou krap worden, en stress geven, en ik zou niet rustig rijden. En rust is belangrijk in een hoofd als het mijne, dus werd er bij zo‘n beetje het duurste tankstation langs de A1 getankt.


Na wat rek en strek oefeningen zette ik mezelf weer in het zadel van de Deauville. Het grootste deel van de reis zat er nu al wel op, maar tot Ede waas het nog ver. Gelukkig nam de regen wat af. Met minder water op de weg kwam ik langs Apeldoorn, en wat verderop was de afslag Hoenderloo. Relatief gezien bijna thuis. En ook was het vrijwel droog. ‘t Ging goed.


Vlak voor Ede was er een tankstation. En ja, ik denk dat ik het had kunnen halen, en het had ook wel flink wat centen per liter gescheeld. Niets aan te doen.


Niet veel later zette ik de motor op zijn vaste plekje neer. Spullen afladen, hoes er over, en dat was dat. Om 6:30 stapte ik het huis weer in. Ik had deze dag bijna 500 km afgelegd, wat toch wel een flink eindje was. En moe was ik ook wel. Maar toch een leuke dag gehad, ondanks de regen, een ook ondanks dat de rit vanaf de Dummersee niet doorging.


... bijna 500 km ...

... bijna 500 km ...

Wie weet, Volgend jaar weer zo doen ?



Terug naar de Motorpagina