Terug naar de Motorpagina


Dutch CX V-Twin club openingsrit 2022


Het had zelfs nog gevroren, in de nacht van zaterdag op zondag. Toch werd het warme pak aangetrokken, de handschoenen opgezocht, en vooral de TomTom nagekeken. Deze zondag zou de openingsrit van de Dutch CX V-twin club plaatsvinden.. Na de verplichte winterstop van 3 maanden voor oudere motoren was het vanaf 1 maart weer toegestaan om de weg op te gaan. Nu had ik al geruime tijd geen CX meer, maar een Deauville uit 2005. Deze viel niet onder de zogenaamde 'ophokplicht' en voor mij was er dan ook geen seizoens start. Maar omdat ik de CX en de CX-club een warm hart toedraag reed ik gewoon mee.


... openingsrit 2022 ...
... openingsrit 2022 ...

De rit zou starten om 11:00 in Scherpenzeel, en Marcel had een flinke rit uitgezet, over de Veluwe, langs de Ijsel, naar Wezep, waar de rit zou eindigen. Vanaf daar mochten we weer op eigen gelegenheid terug naar huis. Maar eerst dus naar Scgerpenzeel, restaurant 'Schimmel' , een bekend punt waar al vaker een toerrit was gestart. De 650 startte gewoon, ondanks de koude, zonder problemen. TomTom gaf aan dat ik er ongeveer 20 minuten over zou doen, maar, dan moest ik wel over de snelweg gaan. En daar had ik helemaal geen zin in. Dus ondanks de goedbedoelde adviezen van de ingeblikte stem van de TomTom reed ik over het industrieterrein Ede uit, en via de Kade naar de N224. Langs De Klomp, langs Woudenberg en kijk, zo kon het ook, want daar was Scherpenzeel al.


Er stond een aardig rijtje motoren op de parkeerplaats, waarvan de meest opvallende het paarse zijspan was. Maar ook stonden er drie nette Silverwings, van de Silverwing club op de parkeerplaats. Mijn Deauville werd er naast gezet, oordopjes uit, en de eerste begroetingen vonden plaats. Binnen, waar de kachel brandde, waren nog meer bekenden, en ook twee onbekenden, Silverwingers, die met Marco meegekomen waren.


... waar de kachel brandde ...
... waar de kachel brandde ...

Ook trof ik daar 4 CX-ers, die ook de kou hadden getrotseerd. Nou ja, eigenlijk drie CX-ers, want JiMi was, net als ik, op een Deauville gekomen. En net als mijn Deauville had ook die van JiMi handvatverwarming. Die handvatverwarming had ik op de weg naar Scherpenzeel al gebruikt, want hoewel de zon scheen, koud was het toch wel.


We mochten nog even op Frans wachten, die vanuit zijn woonplaats waarschijnlijk de langste aanreistijd had. En die wachttijd werd bekort door iets warms te drinken. Toen Frans er was, was het tijd om eens op te stappen, en eens te kijken of we nog ergens konden komen. Met een wat grotere groep is het natuurlijk altijd wat lastig om weg te komen. De meeste deelnemers waren echter vrij snel startklaar. Alleen Lieke had wat probleempjes met het zijspan, en met de hond die ook mee mocht.


... snel startklaar ...
... snel startklaar ...

Maar toen daar de uitdagingen opgelost waren konden we vertrekken. De motoren werkten allemaal, waar nodig waren hele dikke handschoen aangetrokken, handvatverwarming was ingeschakeld voor de gelukkigen die zoiets luxe op hun motor hadden zitten, TomToms waren ingesteld, de Garmin deed het, en zelfs had ik er aan gedacht om mijn oordopjes in te doen. Wat kon er nog fout gaan? Bij de eerste rotonde reed Marcel, aan kop, rechtdoor. Mijn TomTom was het daar helemaal niet mee eens en wilde me eigenlijk driekwart rond, dus rechtsaf hebben. Vanaf dat moment bleef de elektronische stem me aanmanen om toch vooral om te draaien. Maar nee, het spelletje was: volg de leider, en de leider ging rechtuit. Had ik iets fout gedaan waardoor ik nu een verkeerde route in de navigatie had zitten? Ik wist het niet.


Met handschoenen aan is de bediening van de TomTom nog best lastig. Maar het lukte me om de route te wissen, en weer te activeren. Daarna werd de TomTom opgedragen naar het dichtsbijzijnde routepunt te rijden, en ja, het ging een tijdje goed, totdat de motor en ik plots weer heel ergens anders heengingen als dat TomTom bedacht had. Nadat ik voor een tweede, ja zelfs een derde keer dat truukje had uitgehaald was ik het zat. De opgeslagen route werd gedeactiveerd, en dan maar goed opletten waar we heen gaan.


Met al dat gedoe van TomTom en waar ben ik, was ik wel een heel stuk opgeschoten lang welke route die we dan ook reden. En waar was ik nu eigenlijk? Ik had De Glind gezien, en Barneveld, en nu moesten we in de buurt van …. juist, de Heetweg naar Kootwijk was hier al. Naar Kootwijk was geen probleem, vaak genoeg gedaan, maar daarna.....


In Kootwijk werd een buitenom route genomen, om het dorp heen. En vandaar ging het naar Assel, over de Asselse weg. En die is, dat wist ik, gedeeltelijk onverhard. Maar als het moet.....


Ik hou niet van het rijden op onverharde wegen op de motor. Met de auto maakt het me niets uit, die valt minder makkelijk om. Maar een motor? Dan maar langzaam rijden, en vooral niet harder gaan als dat ik zelf wil. En zo, met de stress gierend door mijn lijf, zag ik de voor me rijdende motoren steeds verder en verder uit het zicht verdwijnen. Ook voelde ik duidelijk de druk van de drie achter me rijdende Silverwings. Die hadden er minder moeite mee, en trokken op een gegeven ogenblik hun motoren langs me heen, de anderen achterna.


Al vrij snel reed ik alleen over de kiezels en de schaarse stukken met hard zand. Dan weer een stuk met grindachtige steentjes, dan een stukje los zand. Nee, leuk vond ik het allang niet meer. Ik probeerde me zelf voor te houden dat E=mc2 inhoud dat de motor echt wel vooruit zou gaan, gezien de niet onaanzienlijke massa van het ding. Maar ook voelde ik steeds steentjes onder me weg rollen, en er kwam maar geen einde aan.......


Eindelijk kreeg de Deauville weer klinkers onder de banden, en eindelijk durfde ik weer harder als een magere 20 km/u te gaan. De rest was verdwenen, maar ik wist dat Assel het rustpunt was, en deze weg ging toch verder nergens heen. En zolang ik maar door kon rijden was er niets aan de hand.


Bij 'halte Assel' stonden de motoren geparkeerd op, alweer, een stuk onverhard. Ietwat gespannen wist ik de Deauville ook daar in de rij te krijgen.. Toch maar even het onderplaatje voor de zijpoot neerleggen, want dat geeft toch wel wat meer zekerheid tegen het omvallen.


... motoren geparkeerd ...
... motoren geparkeerd ...

Dat de spanning erg hoog zat was me direct duidelijk. Ik kon amper een woord uitbrengen, bij mij een duidelijk teken van hoge stress. Maar goed, met gebaren kom je ook een heel eind. Wijzen op de cafetaria betekend: ik wil daarheen. Handen afwerend vooruit betekend: laat me met rust. En een opgestoken middelvinger, nou ja, de bedoeling was duidelijk.


Met wat moeite wist ik een broodje kroket te bestellen, en vergat ook meteen de mee-bestelde warme chocolademelk mee te nemen. Nee, ik was er nog niet helemaal. Op het terras werd een rustig plekje, in de zon, gezocht. Bijkomen, en dan maar weer verder kijken. Het broodje smaakte in elk geval goed.


Na een ruim kwartier was ik weer min of meer aanspreekbaar, en kon ik ook weer wat terug zeggen. Mooi op tijd, want Marcel kwam vertellen dat de route op zijn navigatie er een potje van gemaakt had, en dat één van de Silverwingers de route naar het eindpunt zou voorrijden. Misschien zou het niet helemaal de originele route zijn, maar hij kwam uit de buurt, en kende de wegen.


... halte Assel ...
... halte Assel ...

... lunch punt ...
... lunch punt ...

Om ongeveer 13:00 werd er weg gereden vanaf Assel. Via Ugchelen naar Beekbergen, en daar verder naar Lieren, thuisbasis van de VSM, de Veluwse Stoomtrein Maatschappij. Verder ging het langs, en ik had best wel wat moeite om de voorrijder bij te houden. Dat ging natuurlijk wel ten koste van het beleven van de omgeving waar we doorheen reden.


Bij Steenenkamer, ter hoogte van Deventer, begonnen we de IJssel te volgen rijdend over de IJsseldijk. Hier was Ardi, onze nieuwe voorrijder, vast vaker geweest, want de snelheid begon heel langzaam, maar gestaag, steeds iets op te lopen. Frans en Jaap, voor mij rijdend, vonden het ook wel erg vlot gaan, en Frans hield af en toe in, om te proberen iets te vertragen.


Hoe het voor de achter mij rijdende CX-ers is geweest? Ik heb er geen idee van, maar gezien het feit dat ik af en toe een flink gat tussen mij en de voorliggers zag ontstaan, wat dan weer gedicht moest worden door een flinke hoeveelheid gas geven, denk ik dat het zogenoemde harmonica effect erg duidelijk optrad in de achter me rijdende motoren.


Plotseling was er een vrij scherpe bocht in de dijk, en meteen voelde ik dat de Deauville opzij schoof. Een forse bries zat nu direct van rechts, en wilde mij en de motor naar links duwen. Dat was geen goed idee, want daar kwam net een auto aan, en dat geeft zo snel krassen en zo. Nee, tegensturen. Daardoor had ik weer geen oog voor het bijzondere bouwwerk waar we nu langs, en even later naartoe reden.


... veluwe hoogwatergeul ...
... veluwe hoogwatergeul ...

De Tolbrug tussen Veessen en Wapenveld ligt bovenop het inlaatwerk van de hoogwatergeul, een waterbouwkundig 'kunstwerk' zoals dat heet, om de gevolgen van hoogwater in de IJssel beter te kunnen beheersen.


Een mooie weg, deze brug, en goed te rijden ook. Maar we waren er al weer overheen, en bezig, zo bleek, aan de laatste kilometers van de tocht. Het mocht ook wel, want sinds Assel hadden we ruim anderhalf uur gereden. De laatste bocht, en daar was het eindpunt. De motoren werden neergezet, de helmen gingen af, en dat was dat. Nu eerst bijkomen en ook wel wat bijwarmen. Gelukkig kon dat binnen bij cafetaria/lunchroom Anytime.


Binnen was het warm, er was koffie en broodjes, en voor een enkeling ook nog erwtensoep of frites. Een goed punt om even bij te komen. Niet iedereen had de beschikking gehad over handvatverwarming, of een min of meer ruime kuip om achter te schuilen voor de toch wel koude wind.


... bij lunchroom Anytime ...
... bij lunchroom Anytime ...

... koffie, broodje, erwtensoep of frites ...
... koffie, broodje, erwtensoep of frites ...

Na een kopje koffie was het volgende punt aan de orde: terug naar huis. De A50 was juist dit weekend afgesloten vanuit Apeldoorn naar Arnhem, dus dat was niet mogelijk. Mijn TomTom gaf aan dat de beste route was om de A50 tot Apeldoorn, dan A1 richting Amersfoort, en dan de A30 tot aan Ede te nemen. Dat zou de snelste route zijn.


Volgens Henk was de route over de N304, Apeldoorn-Hoenderloo-Otterlo-Ede nog afgesloten. Een vlugge blik op www.melvin.nl, en op de TomTom deed me dat betwijfelen. Want ergens stond me bij dat Hoenderloo-Otterlo al weer open gesteld was voor alle verkeer. Er was natuurlijk maar één manier om daar achter te komen.....


Marcel en Ardi werden bedankt voor de route, een zwaai naar degenen die er nog waren, en voor mij was het nu tijd om naar huis te gaan. Rustig aan, oordopjes niet vergeten, motor starten en op weg. Natuurlijk was het mogelijk om helemaal binnendoor te rijden, zonder van een snelweg iets meer te zien dan een op- of afrit. Maar dat zou wel wat tijd kosten. Dus werd de zijweg naar de Dellen overgeslagen en een honderd meter verder de oprit naar de A50 genomen. Bij Apeldoorn was de weg rechtdoor, naar Arnhem, afgesloten, maar dat wist ik natuurlijk al. Al het verkeer in de richting Arnhem werd via de A1 en later de A30 en A12 geleid. Toch, de afrit Hoenderloo was ook drukker dan normaal. Er waren er meer die via de N304 wilden rijden. Die zou dan wel open zijn, bedacht ik me.


Net goed en wel op weg op die N304 gaf de TomTom een waarschuwing: 10 kilometer verder was er een vertraging van ruim 6 minuten. Dat zou, zo schatte ik, in de buurt van Otterlo moeten zijn. En daarheen was het nog ongeveer 7 of 8 minuten. Alleen via Hoenderloo zou ik daar omheen kunnen rijden als het nodig was. Maar de afslag Hoenderloo was afgesloten, wat dus de keuze beperkte tot: N304 richting Otterlo. Wel zag ik op het schermpje van de TomTom dat de vertraging steeds minder werd, hoe dichter ik in de buurt kwam.


Bij Otterlo was er van een vertraging niets meer te zien. De meeste auto's gingen via Otterlo naar Schaarsbergen, maar ik ging gewoon rechtdoor naar Ede. Even geen druk verkeer om me heen was best wel prettig. In Ede was het even goed uitkijken, want sinds de afsluiting van de laatste overweg moest er een beetje om gereden worden om bij mijn huis te komen. Maar iets over half vijf was ik dan thuis, waar ik de NT op zijn eigen plekje zette.


Tijd voor een kopje thee, en tijd om bij te komen en de eerste indrukken op een rijtje te zetten. Maar een ding wist ik al: Onverharde wegen rijden is niets voor mij!






Terug naar de Motorpagina