Terug naar de Motorpagina


Vechta 2022 - Dag 1 - Vrijdag


Proloog        Dag 1        Dag 2        Dag 3


Ik had met Kaithlyn afgesproken dat we om 10:30 zouden vertrekken, Om 10:15 hoorde ik een motor, en jawel, daar stond een mooie CX500c met een lachende jongedame. Of er nog tijd voor wat drinken was? Na de rit vanaf Linschoten had Kathy wel even een slokje nodig, en er was tijd zat, we hadden geen haast. Om 10:35 was het dan toch wel tijd om te gaan rijden. Motorbroek, zomer doorwaai-jas, oordopjes in en de helm op. Zo was ik klaar voor vertrek. De NT650 werd voorzien van de telefoon (correct ingesteld), de navigatie met de juiste route, en de verbinding met de headset. Vroeger was het veel simpeler: helm op en wegwezen.


Met een beetje moeite, vanwege de bagage, werd de Deauville van de middenbok gewipt en naar de straat gereden. Starten, en weg waren we, nagezwaaid door Joke.


Die was niet de enige die ons nakeek, want de overbuurvrouw kwam Joke uitnodigen voor een kopje thee, wat anders nooit gebeurd. En tussen de bedrijven door werd de vraag duidelijk; wie was dat meisje wat daar met je man wegreed? Is dat misschien een schoondochter? Hoe zit dat?


Onbewust van alle vragen die ons vertrek opleverde reden we Ede uit, en via de N304 naar Apeldoorn. Het was een prachtige dag om motor te rijden, en hoewel ik in het begin heel erg oplette of en hoe de motor achter me meekwam, na een tijdje had ik al in de gaten dat het allemaal heel erg goed ging, en dat Kaithlyn alles goed onder controle had.


Na de N304 was het de beurt aan de A1, van Apeldoorn tot aan de Duitse grens. En ook al lag de snelheid zo tegen de 100 km/u, toch waren er momenten dat we gingen inhalen. Binnen de kortste keren had mijn mederijdster de signalen opgepikt. Ik zorgde voor voldoende 'invoeg-ruimte' keek goed in de spiegels, en dat was voor haar al het sein dat er ingehaald ging worden. Knipperlichten, beetje gas erbij, en klaar. Het rijdt heel prettig als je elkaar een beetje begrijpt.


TomTom volgend kwam de grens steeds dichterbij. Maar ook de verreden kilometers namen toe, en dat was niet zozeer voor mij een probleem, maar wel voor de CX500c achter me, die een veel kleinere actieradius heeft als de NT650. Het lukte me, al rijdend, om de navigatie in te stellen op het weergeven van tankstations op de route. Gecombineerd met de kilometerstand van de CX in Ede, en het veronderstelde gebruik per kilometer, en de afgelegde afstand, kwam ik tot een getal in kilometers, en begon ik naar een tankstation te zoeken.


Ondertussen waren we de grens met Duitsland gepasseerd. En bezig over de '304' naar Nordhorn te rijden. Wel zat er een flinke vrachtwagen voor, die de snelheid enigszins drukte. Maar ach, we rijden, de zon schijnt, het leven op de motor was goed....


Het werd nu toch wel hoog tijd om een tankstation te vinden. Waar de TomTom aangaf dat er een tankstation zou zijn op de route, zag ik er helemaal geen. De volgende dan misschien? We waren Nordhorn al voorbij, en volgens mijn berekeningen zou Kaihtlyn's CX500c nu over 20 of 30 kilometer zonder benzine komen te staan. Weer gaf de TomTom aan dat er een tankstation in de buurt was, en deze keer zag ik het ook. Uitvoegen naar links van de '213', naar het JET tankstation om te tanken.


Links en rechts van de een pomp parkeerden we. Nee, de Deauville had nog lang geen benzine nodig, maar de prijs van €2,01 euro per liter, dat was een goede reden om de tank toch wel weer wat te vullen. Bij het afrekenen, wat best leuk is als het bedrag vele malen lager is dan je gewend bent, viel mijn oog op de vitrine met lekkers. Zou ik ….


... vitrine met lekkers ...
... vitrine met lekkers ...

We verplaatsten onze motoren van de pomp naar een plekje vlak bij het gebouwtje. Even een kort overleg, en we vonden allebei dat een paar minuten rust een goed idee was. En omdat er toch een lekker stuk vegetarisch pizza-brood in de vitrine lag ging ik nog even naar binnen. De NT had verse benzine gehad, ik vond dat ik dan wel een vers pizza-broodje mocht. Aan een tafeltje, met uitzicht op het pomp-plein, begon ik aan de maaltijd. Kaithlyn, die een ijsje had gekozen, kwam bij me zitten. En, zo zei ze, moet je horen....:


Een fraaie sportwagen kwam ook tanken vertelde ze. De vrouw die in de wagen zat had naar ons zitten kijken. Het leek wel of ze probeerde uit te vinden wat de relatie tussen ons was, die wat oudere grijsharige man en dat blonde meisje. Opa en kleindochter? Of dochter met vader of misschien wel een oom en nichtje? De vrouw keek naar mij, naar Kathy, dan weer naar mij, en dan weer naar Kathy. Ze kon er duidelijk geen idee bij krijgen. We moesten er beiden om lachen. De vreemde blikken die de voorbijgangers ons, vreemd stel, toewierpen waren alleen maar amusant.


Onze weg vervolgend kwamen we langs Lingen en langs parkeerplaats "Laxterne Sand" waar het restaurantje was gesloten. Goed dat ik bij het tankstation al wat gegeten had, want anders had ik toch raar staan kijken. Nu was het gewoon verder rijden, verder naar de '214', naar Fursternau en Ankum. Sommige stukken van de weg kwamen me heel erg bekend voor, maar ook waren een gedeelten waarvan ik dacht: ben ik hier nu eerder geweest of hoe zit dat. Het zou natuurlijk kunnen dat er in de tussenliggende twee jaar wel het een en ander gewijzigd was aan wegen en op- en afritten.


TomTom waarschuwde dat een aantal kilometers verderop een vertraging van 4 of 5 minuten was. Ook werd er een omleiding aangegeven die iets sneller zou zijn. Maar de omleiding aangeven zou niet goed lukken, rijdend op de motor, daarvoor lag het omleidings symbool te dicht bij andere TomTom symbooltjes in de buurt. Nou ja, we zouden het wel zien. En toen, toch nog vrij onverwachts, stonden we stil, aan het einde van een lange file.


Het was te laat om de door TomTom aanbevolen omleiding te gaan zoeken die hier vlak in de buurt moest zijn. En och, die vier of vijf minuten vertraging was ook geen ramp. Stoppen, optrekken, stoppen, optrekken... Maar de zesde of zevende keer optrekken ging fout, met een pijnscheut in mijn linkerheup, waarschijnlijk een verkeerde beweging bij het optrekken van het been. Ik moest even stoppen. Ik schreeuwde naar voren, gaf aan dat ik naar rechts, een oprit op, wilde rijden. Kaithlyn volgde, en zette haar CX naast mijn Deauville. En die Deauville kreeg ik wel op het zijpootje, maar afstappen met dat pijnlijke been dat ging even niet. Gelukkig kon Kaithlyn een handje helpen, en zo werd mijn rechterbeen over de bagage en het zadel geholpen. Nu even een paar minuten rust, en zachtjes bewegen met het linkerbeen....


Na een aantal rek- en strekoefeningen en een van huis meegenomen broodje, was het een tien minuten later weer tijd om verder te gaan. Een paar honderd meter terug was er een zijweg, die door TomTom als kortere route werd aangegeven. Dus die maar volgen, besloot ik, en dan zien we het wel. Een paar minuten later, na een landweggetje hier en een bochtje daar waren we weer bij de '213'. Linksaf, en verder maar weer. Richting Bersenbruck, waar we via de '68' verder zouden rijden.


De kortste route in de richting van Vechta was via het dorpje Badbergen. Het nadeel van die kleinere weg is dat je dan in Dinklage bij een drukke voorrangsweg naar links moet afslaan, wat niet eenvoudig is. Sinds 2013 plan ik om Dinklage heen, via de Dinklagerstrasse / Quakenbruckerstrasse en de Dinklager ring. Ook dit jaar weer. En die route gaat via de '68'.


De navigatie liet weten dat we aan het einde van de weg rechtsaf moesten gaan. Best, maar het leek in het geheel niet op het einde van de weg, die ging zoals ik het bekeek gewoon met een bocht naar links verder. Toch even op de kaart van de TomTom kijken, en toen konden we toch op tijd nog de afslag nemen, die dus wel 'einde weg' was. Het leek erop dat de TomTom weer eens een instructie had vergeten te geven.


Bij de laatste rotonde in de Dinklager Ring ging het driekwart rond, en nu waren we op de weg naar Märchendorf. Het wegdek was niet optimaal, en soms was het verplicht 70km/u, en verderop weer gewoon 100. Maar het was al min of meer vertrouwd terrein, en Vechta was niet zo heel erg ver meer.


De oprit naar de '69' was vertrouwd, nu waren we er bijna. En zo reden Kaithlyn en ik rond 15:00 het terrein van de BDKJ op. Waar we, na de verplichte foto, gescheiden werden. Immers, de CX-en mochten prominent aan de rand van het feestterrein staan, de overige motoren moesten ergens anders. Nu was 'ergens anders' wel een stuk dichter in de buurt van de plek waar ik het tentje zou gaan opzetten, dus dat was geen probleem. De Deauville werd neergezet, met het grondplaatje voor de zekerheid onder het zijpootje, en dat was dat. Ik was in Vechta.


... inrit foto ...
... de 'verplichte' foto ...

Coen en Lieke, die met Silverwing en Goldwing-met-zijspan waren gekomen, hadden hun tent, en die van Stephanie al opgezet. Daarnaast was er een plekje vrijgehouden voor mijn tentje, en daarnaast was ruimte voor nog meer. Het Kamp Holland was in opbouw.


... mijn tentje ...
... mijn tentje ...

In tegenstelling tot de laatste keer Vechta, waarbij de tent niet wilde meewerken, verliep het opzetten soepeltjes. Dat mocht ook wel, want ik had thuis nog geoefend, en deze keer de tentzak niet extra strak vastgebonden op de motor. Waarschijnlijk was dat de vorige keer de reden geweest dat er twee stokken langs elkaar getrokken waren, met een puinhoop tot gevolg.


Nu stond de tent na een paar minuutjes, en konden de overige spullen uit de motorkoffers worden gehaald. Zo, mijn slaapplek was klaar, wat is er te doen. Eerst ging ik maar eens kijken of er veel veranderd was sinds 2019, de laatste keer in Vechta. Dat viel wel mee. De gebouwen die toen nog gedeeltelijk in aanbouw waren waren nu klaar. De snackkar was van een andere firma, en de prijzen van de flesjes Fanta waren verhoogd. Niet al te veel wijzigingen.


... wat is er te doen ...
... wat is er te doen ...

Wat ook niet gewijzigd was was de aanmelding. En zoals elk jaar had ik me ook deze keer ergens in Januari al elektronisch aangemeld. Maar, zo vroeg de aanmeldman, of ik maar even wilde aangeven welke Hans de juiste was, want mijn gegevens stonden acht of negen keer in de computer. En helaas was ik deze keer zonder een CX. Mijn oude “Rode Rakker” stond nog wel afgebeeld op het spandoek in de aanmeldtent, en dat was wel leuk.


Ik zocht mijn aanmeldfoto op, en het bleken er twee te zijn, dubbel afgedrukt. Geen probleem, ik nam ze allebei mee. De foto's werden in de tent gelegd, en wat was het volgende.


Het volgende was het begroeten van Beussie, die met een grote Renault met daarachter een vouwwagen naar Vechta gekomen was. De vouwwagen was nog niet uitgeprobeerd, dat zou dit weekend geprobeerd worden.


De reis naar Vechta was echter niet zonder problemen geweest. Bij Muiden had de vouwwagen een wiel verloren, en was Beus in de middenberm van de snelweg gestrand. Gelukkig was er een berger en de ANWB, en de politie en de wegbeheerder. Beus werd met vouwwagen en Renault naar een veilige plek gebracht. En kijk eens, zo wees de berger, 100 meter verderop is een caravan en camper dealer. Die hebben vast wel nieuwe wielbouten. Beus haalde nieuwe wielbouten en de berger zette ondertussen het reservewiel onder de vouwwagen. Met de luchtsleutel werden de nieuwe bouten op hun plaats gezet, en klaar was kee...Beus.


Ook Michael kwam met Silverwing en aanhanger Kamp Holland versterken, en nu was het wachten op Chantal en Werner. Maar een app-je van Chantal bracht slecht nieuws. Haar CX genaamd “Flicka” had pech. Het in de laatste dagen erin gehesen motorblok had een lekke koppakking, en een slecht functionerende achterrem. Flicka ging met de ANWB op depot, Chantal en de beide honden terug naar huis. Maar, zo zei ze, Werner komt wel.


Na een aantal uren kwam Werner inderdaad het terrein op, met zijn zwart-geratte Goldwing met aanhanger. Ook Arnold, Jottum en Wouter vonden een plekje bij ons in de buurt. Andere Nederlanders stonden op andere plekken op het grote BDKJ terrein, zij het meestal dichter in de buurt van het feestveld, en daarmee dichter bij het luidruchtige “muziek” gebeuren.


Het duurde even, maar ook Stephanie en vriend Rick arriveerden op Vechta. Hun reis was erg gehinderd door files in Nederland, die hen een flinke tijd hadden opgehouden. Gelukkig voor hen stond hun tent al, opgezet door Coen en Lieke. Het enige wat misschien een probleem kon geven was de motor van Rick, een Harley Davidson. Hij kleurde echter wel goed bij de motor van Kaithyn, dat dan wel weer.


Ondertussen was het tijd geworden om een hapje te eten. Dus werd de snackkar opgezocht en werd er besteld. Maar dit was een andere firma, dat was duidelijk, en de broodjes waren best wel klein. Daartegenover stond wel dat de prijzen, waarschijnlijk vanwege het evenwicht, wel een stukje hoger lagen. Het zou me verbazen als de Duitse organisatie deze jongens het volgende jaar weer zou uitnodigen. Misschien was dat de reden voor de hoge prijzen, konden ze nu alvast wat verdienen......


... andere firma ...
... andere firma ...

Na het eten bleef ik nog even wat hangen bij de tafel met Nederlanders. Maar na een tijdje begon de muziek te spelen, een band die bij mij in de klasse “als we maar veel geluid maken is het altijd goed” valt. Zelfs op deze afstand van het podium was er nauwelijks nog een gesprek te voeren. Nee, tijd om ergens anders heen te gaan.


Dat ergens anders was natuurlijk in de richting van mijn tent. Maar daar kwam ik niet aan omdat Jottum me uitnodigde voor een kop koffie. Ja, waarom niet. Ik pikte gauw een stoel van Coen mee, en terwijl het water aan de kook gebracht werd raakten Jottum en ik in een lang gesprek. Het was een pittig bakje koffie, wat Jottum wist te fabriceren. En plotseling stond daar Dirk. Ook hij was afgereisd naar Vechta. En hij had ook veel te vertellen.


Het werd tijd, vond ik, om de slaapzak op te zoeken, en die lag ergens in mijn tent. Dirk en Jottum werd goedenacht gewenst, en ik liep naar de tent. Ondanks het volume van de band wist ik toch een uurtje te slapen, hoewel ik daarna ook weer een tijd wakker lag. Na de gewoonte-getrouwe middernachtelijke tocht naar de douches wist ik toch weer in slaap te vallen......





Proloog        Dag 1        Dag 2        Dag 3