Terug naar de verhalen pagina

Met de "Kloek" op vakantie
Zaterdag 16 oktober, dag 1

Proloog        Dag 1        Dag 2        Dag 3        Dag 4        Dag 5        Epiloog

Van Woubrugge naar Nieuwe Meer

Zaterdag, heel erg vroeg, om 07:00, loopt de wekker af. Tijd om te vertrekken, en aan boord te gaan van dat tot nu toe alleen op de foto's geziene schip, de “Kloek”. Bagage wordt in de auto gemikt, van Joke wordt uitgebreid afscheid genomen, en weg ben ik. De weg is rustig en het gaat vlotjes over de A12 en de N11 naar Alphen aan de Rijn. Maar de weg naar Woubrugge, de N207 is in onderhoud, en ik wordt door Alphen aan de Rijn gestuurd. Gelukkig weet de TomTom de juiste afslagen te vinden, want ik ben binnen de kortste keren de weg kwijt.


Dan rij ik toch op Woubrugge toe. Over het water, rotonde driekwart, en rechtsaf een klein weggetje op. De jachthaven van Fa, Van der Laan staat aangegeven, en daar aan gekomen zie ik Willem al staan. Nee, er is nog niemand op het kantoor, maar verderop kan ik de auto parkeren. Zo gezegd, zo gedaan. Er is nog net 1 plekje vrij, en meer heb ik ook niet nodig.


Bij het haventje is een kantoortje, maar ook daar is niemand. Wel zie ik diverse boten liggen, bekend van de website van Van der Laan. En volgens mij ligt daar...


... volgens mij ligt daar ...
... volgens mij ligt daar ...

Het staat erop : “Kloek”, dus dat zal het bootje wel wezen waar we een paar dagen mee gaan varen. Toch maar even wachten totdat er iemand is. Maar hoewel de huur om 09:00 ingaat, waarna er 2 uur vaarlessen zullen volgen, is er niemand te zien. Pas tegen half 10 komt er iemand, maar dan heb ik al twee tassen aan boord gezet, en ben ik bezig met de laatste zaken uit de auto te halen. Willem brengt nu ook zijn spullen aan boord. Voorlopig wordt alles gewoon in de kajuit gezet, uitzoeken doen we later wel.


Tijd voor de uitleg en de vaar-instructie. Maar niet voordat ook de laatste gehuurde items aan boord gebracht zijn: twee zwemvesten, een TV, en een hoge stoel. Vooral die hoge stoel is een geweldige vondst, want nu kunnen we samen naar voren uitkijken tijden de reis. De zwemvesten zijn voor als het hard regent en we op het dan gladde dek toch moeten aanleggen in sluis of haven. Veiligheid gaat voor alles, en beter mee verlegen als om verlegen.


De uitleg gaat voornamelijk over de motor en het dagelijks onderhoud, met vetpot en waterfilter. De olie wordt gecontroleerd en is van een voldoende peil. Dan start Arie van der Laan de motor, worden de trossen losgegooid en varen we heel langzaam het haventje uit. En meteen wordt er weer aangelegd, op de plek waar we over een paar dagen ook zullen moeten aanleggen. Met wat korte instructies en wat hulp weet ik het bootje voor de wal te krijgen.


Willem mag het de tweede keer proberen. We krijgen ook tips met betrekking tot het gebruik van de trossen. Altijd proberen om dubbel te gebruiken, van schip naar wal, en met een lus dan weer terug naar schip, zodat je niet de wal op hoeft om later weer los te gooien. We varen weg, draaien rond, en leggen weer aan. Het gaat, maar Willem en ik moeten nog een hoop oefenen voordat het allemaal vanzelfsprekend is.


Maar Arie vind het goed genoeg, en hoewel de twee uur instructie pas drie kwartier geduurd heeft, worden we op het water losgelaten. De brug verderop heeft een doorvaart hoogte van 2.60 meter, krijgen we te horen, en goede reis.


Nou ja, dan gaan we maar, want het heeft ook geen zin om hier te blijven dobberen. De motor wordt op langzaam vooruit gezet, en dan iets harder, en zo varen we op de aangewezen brugopening af. Toch wel spannend, maar deze brug heeft voldoende hoogte, en het gaat gewoon ruim er onderdoor.


... op het water losgelaten ...
... op het water losgelaten ...

Zo zijn we dan onderweg. Een waterkaart wordt opgediept uit een kastje, de diverse apps ingeschakeld op de telefoon, en zelfs de VHF-scanner wordt aangezet op het juiste kanaal. We zijn nu echt begonnen aan onze 7 daagse reis.


De tweede brug, de Leimuiderbrug heeft een hoogte van 2.56 meter, dat is meer dan de 2.45 meter die de “Kloek” nodig heeft. Maar het past heel erg krap, en ik vind het vrees'lijk spannend. We overleggen even, en eigenlijk is de conclusie dat we de minimale doorvaarthoogte toch wat bijstellen, naar boven. Alle begin is moeilijk, dus zijn we nu vijf tot tien centimeter hoger. Als dat stomme vlaggetje voorop er maar af kon, maar het zit heel stevig vast.


Voor de Aalsmeerderbrug moeten we even wachten. Er is daar een plek om te wachten, en ik draai de “Kloek” om, zodat we bakboord kunnen aanleggen. Deze eerste keer aanleggen, aan het remmingwerk gaat heel erg rommelig. Nee, een schoonheidsprijs verdienen we hier niet mee. Misschien gaat het later beter. Voordat we eruit zijn hoe we de brug moeten oproepen horen we over de marifoon-scanner dat er een zeilschip aankomt, vanaf de andere zijde. En als de brug dan open gaat liggen wij al te wachten totdat we er ook door kunnen. Eerste probleem opgelost, wordt vervolgd.


Het volgende is de Bosrandbrug, met een hoogte van 1.70 meter. Daar is echt niet onderdoor te gaan, en we slagen erin om aan te leggen aan het remmingwerk, en daar is ook een knop om de brug op te roepen. Dat lukt, en we krijgen te horen dat we even moeten wachten. Wachten, geen probleem, maar dan wel met de motor uit. Zo, een beetje rust.


Al een korte tijd later gaan de lichten op de brug van 'rood' naar 'rood-groen' ten teken dat de brug klaargemaakt wordt om ons door te laten. Tijd om de motor te starten. En dat lukt niet. Iets doen we verkeerd, en terwijl ik zenuwachtig probeer om toch dat ding aan de gang te krijgen belt Willem met Van der Laan. Wat doen we verkeerd?


Het is eigenlijk heel simpel, want wat wij als vrijstand van de gashandel hebben geschouwd is dat net niet. Willem duwt op telefonische instructie van Van der Laan de handel nog iets verder naar beneden, en nu start de motor wel. Los van het remmingwerk, draaien, en we zijn nog op tijd door de brug heen. De vrijstand zit dus nog iets verder. En dan wordt ook de betekenis van het stukje tape op de stuurkast duidelijk. Daar zit de vrijstand..... En dat stukje belangrijke informatie was vergeten bij de vaar-instructie van deze ochtend.


Maar de motor draait weer, en wij gaan onder de beide Schiphol bruggen door, verder naar de Nieuwe Meer. Daar aan de overkant komt de allereerste grote uitdaging. Eigenlijk is het een tweeledige uitdaging, namelijk A, het vinden van een haven, en B, het netjes in die haven aanleggen. We volgen de tonnetjes op het water. Het is mooi weer, de zon schijnt, de lucht is blauw, en het is rustig op het water.


... beide schipholbruggen ...
... beide schipholbruggen ...

Aan de overkant van de Nieuwe Meer zijn er verschillende ingangen van verschillende jachthavens. Steiger na steiger, ingang na ingang. Na wat aarzeling besluiten we de om de jachthaven van WSV De Koenen in te varen. Heel langzaam, met heel veel voorzichtigheid vaar ik naar binnen. Het gaat nog niet erg netjes en vloeiend, maar we komen ergens, en dat zonder krassen op onze of, nog erger, andere boten te veroorzaken. En dan, net als ik denk, we redden het aan deze steiger, worden we vanaf de overkant aangeroepen. Of we passanten zijn, ja, dat zijn we. Waarop de roeper mededeelt dat WSV De Koenen momenteel geen faciliteiten heeft, en dat we misschien beter ergens anders heen kunnen gaan.


Teleurgesteld, en een beetje gestrest vaar ik de “Kloek” weer het haventje uit. Wat dan? Eerst maar de ruimte opzoeken, want hier is toch wel veel water verkeer van links en rechts. Willem ziet op de kaart dat een stukje verderop een haven is, jachthaven “Onklaar Anker”. Na een telefoontje weten we dat er ruimte is, dat er faciliteiten zijn en dat we welkom zijn. Vooruit dan maar. Eerst nog wat oefenen in het stilleggen van de boot, en dan langzaam vooruit naar dat onklare anker.


Het hoort natuurlijk niet, veel gebruik van de boegschroef om aan te leggen. Maar het is wel een geweldig hulpmiddel voor een niet zo heel ervaren schipper als ik ben om een schip netjes voor de steiger te krijgen. Als de “Kloek” ligt moet er nog wel wat getrokken worden om de boot netjes vast te kunnen leggen (en dat zal nog veel vaker gebeuren) , maar dan ligt ze ook, keurig netjes aan de meldsteiger.


... aan de meldsteiger ...
... aan de meldsteiger ...

Willem gaat op weg om een havenmeester te zoeken, en komt terug met koffie, en de mededeling dat er zo iemand komt. Die iemand blijkt een assistent havenmeester te zijn, die ons in de eerste plaats hartelijk welkom heet, en in de tweede plaats vertelt dat er helaas geen walstroom beschikbaar is, omdat iemand een sleutel heeft meegenomen. En of we hier willen blijven liggen, of om de hoek, in een lege box. Ik kijk Willem eens aan, en antwoord dan dat we, beginners als we zijn, hier eigenlijk prima liggen. Morgen gaan we toch weer weg.


Het is dus niet alleen het anker dat onklaar is, het is ook de walstroom die onklaar is. Jammer. Maar de toiletten en de douches zijn dik in orde, en binnenin een verwarmd gebouw. Die avond maken we daar dan ook goed gebruik van. Maar eerst is het nu etenstijd, opgeluisterd door een fraaie zonsondergang, en na het eten wordt de route voor de volgende dag nagekeken, met hulp van het laptopje en het internet. En misschien is het beter om de route met 2.60 meter hoogte te plannen, in plaats van een hoogte van 2.50 meter. Maar dat is voor morgen, nu is het 20:30, en zoeken we beiden de kooi op na deze eerste spannende vaardag.


... fraaie zonsondergang ...
... fraaie zonsondergang ...


Proloog        Dag 1        Dag 2        Dag 3        Dag 4        Dag 5        Epiloog