Terug naar de verhalen pagina

Met de "Kloek" op vakantie
Maandag 18 oktober, dag 3

Proloog        Dag 1        Dag 2        Dag 3        Dag 4        Dag 5        Epiloog

Van De Rijp naar Haarlem

Het is de derde dag van onze reis. Maar het is wat de route betreft al de vierde dag. We lopen een dag voor op het schema. Het voelt ook aan alsof we al meer dan twee dagen hebben gevaren. Dus is de vraag, wat gaan we vandaag doen? Het begint natuurlijk met een stevig ontbijt, en dan, tja, gaan we gewoon de reis vervolgen.


Weer is er de vraag: vooruit of achteruit van de steiger weg? Ik kies weer voor achteruit, Willem kiest weer voor vooruit. Het wordt achteruit. De walstroomkabel wordt opgehaald, de trossen losgegooid en Willem duwt de “Kloek” van de steiger weg, met een extra zetje naar achteren. We missen het aanmeld bord waar we vlak bij lagen en drijven heel zachtjes, met de motor op 'dead slow' achteruit, het water op. Hier is meer dan genoeg ruimte. Het schip reageert met deze lage snelheid en in de achteruit bijna niet op het roer natuurlijk, maar het is op dit gladde water, vrijwel zonder wind, ruim voldoende. Een klein tikje boegschroef om de draai wat korter te maken, en dan glijden we de haven uit, de Beemster ringvaart op. Een perfecte afvaart!


Van de Beemster ringvaart naar het Noord Hollands kanaal gaat weer langs het Fort, en onder de twee vaste bruggen door. Het lijkt wel, vind ik, dat de tweede brug nu nog lager lijkt dan gisteren. Ook nu komen we er keurig onderdoor en even later is daar het kanaal. Stuurboord uit, en verder, Lekker rustig met 7 tot 8 km/u, tijd genoeg, de zon schijnt, het is weer fantastisch vaarweer. Na de Kogerpolderbrug gaan we direct bakboord uit, de Markervaart op. Hier liggen heel veel boten en bootjes, jachten en jachtjes langs de kant. Rustig varen is de boodschap, maar dat doen we toch al. Dan is er een doorvaart naar het Alkmaardermeer. Ik had er al naar gezocht. Wel komen we direct uit die doorvaart voor een gebied met gele tonnen. En in het algemeen geld een gebied met gele tonnen als gevaar en oppassen. Links aanhouden? Of toch rechts. Rechts ligt al voor, dus dat doen we. Wel zie ik even later op de kaart dat we nu de lange weg om het gebied heen nemen. Later zie ik dat dit gebied de Deilings is. Hier mogen snelle motorboten snel varen en waterskiërs waterskiën. Maar dat wist ik nog niet, dus blijf ik zoveel mogelijk bij de gele tonnetjes vandaan.


... rustende aalscholvers ...
... rustende aalscholvers ...

Dan zijn er de laatste palen, en terwijl onze aanwezigheid de daar rustende aalscholvers verjaagd, hebben wij weer wat ruimte om ons heen. We zetten koers naar de vaargeul, om vanaf daar simpelweg de groene en rode betonning te volgen die ons naar de Zaan zal leiden. Om goed te weten waar je bent op het water zijn de tonnen voorzien van een nummer, en dat nummer komt weer overeen met een nummer op de waterkaart. Prima systeem. Als het werkt. Maar het werkt niet. Tonnetje A22 zou volgens de kaart op een heel andere plek moeten liggen dan mijn navigatie app aangeeft. De digitale kaart van de ANWB op mijn laptopje geeft een positie aan die veel meer klopt met de werkelijkheid zoals ik die beleef. Het lijkt erop dat de kaarten aan boord van de “Kloek” niet helemaal up-to-date zijn. Na veel zoeken blijkt dat de kaart Noord-Holland al twee jaar oud is. Dat zou een en ander kunnen verklaren. Toch lastig.


Met al dat uitzoeken en raden waar we zijn, zijn we ondertussen wel de Wijde Stierop en de Enge Stierop gepasseerd, en varen nu weer in de Markervaart. Ergens gaat de Markervaart over in de Zaan, maar precies waar, dat is me niet opgevallen. Het is tenslotte allemaal water........


Wat wel opvalt is dat het iets drukker wordt op het water, al twee andere jachten gezien, en een werkschip van de Zaandamse havendienst. Ook zien we bruggen. Maar de meeste kunnen we onderdoor. Dat gaat redelijk, als we de gele lampen boven de doorvaart openingen maar goed in de gaten houden, net als de borden met SPORT, aan sommige bruggen. Lastig zat.


De Zaanbrug is onze eerste uitdaging. Willem belt naar het in de ANWB wateralmanak opgegeven nummer, en krijgt te horen dat de aanvraag is geaccepteerd. Het duurt naar mijn mening erg lang voordat er op de oproep gereageerd wordt. En bij mij bouwt de spanning zich al weer op. Is alles wel goed gegaan, kunnen we hier blijven ronddobberen, waar moeten we aanleggen, wat is..... Als de brug dan eindelijk 'rood-groen' geeft ben ik al weer aardig in de stress. Willem vaart de boot door de brugopening. Gewoon, niet moeilijk en middendoor. Ik mis een mens aan de brug, maar er zal nu een camera staan, bedenk ik me, en alles wordt dan vanuit een centraal punt geregeld. Misschien wel effectief, maar minder prettig.


Aan de oevers liggen jachtjes en oude schepen langs oude kades. Oude fabrieken, sommige nog steeds in gebruik, anderen troosteloos vervallen. En sommigen een combinatie van die twee, oud en nieuw. De Zaanstreek, een van de oudste industriële gebieden van Nederland en Europa. Maar ook het thuis van het in 1962 opgerichte openluchtmuseum de Zaansche Schans, met de wereld beroemde molens langs de Zaan. Duidelijk tijd voor een foto momentje vanaf het water. Er zijn boeken vol geschreven over de molens en hun naam en oorspronkelijke functie, maar ik weet er verder niets van, dan dat het een mooi plaatje is.


... een mooi plaatje ...
... een mooi plaatje ...

Na de Zaanse Schans volgt de Julianabrug. Borden, gele lampen, ja, we kunnen er door. Dan weer een keuze moment. Hier linksaf is de jachthaven van Zeilvereniging de Onderlinge, beoogde halteplaats. Maar het is ook net 12:00 uur geweest, evenals bij de Sixhaven, gisteren, eigenlijk zonde om te stoppen. Willem zegt “Doorvaren”, dus varen we door.


Bij de volgende bruggen blijven we uitkijken naar gele borden of lampen, aanwijzingen voor aan of bij de brug. Sommige zijn laag, en worden met zorg en lage snelheid toegevaren, anderen geven meer ruimte. Het blijft opletten, voornamelijk op het water, het waterverkeer, de borden en de lichten. We hebben het er maar druk mee.


Coenbrug, Prins Willem Alexanderbrug, een spoorbrug, waarvan de zij-overspanning een grotere doorvaarthoogte heeft (3.30 meter) als het beweegbare gedeelte (1.60 meter), dan de prins Bernhardbrug en tot slot nog de Wilhelmina sluizen. En die vormen een obstakel en een probleem.


Vrolijk en kloek komen we aanvaren bij de Wilhelmina sluis. Ook voor deze sluis staat er een telefoonnummer in mijn Waterkaart Live app. Willem belt, en krijgt van een ingeblikte juffrouw te horen dat de aanvraag is geaccepteerd. Mooi. Geen idee hoe lang dat gaat duren, maar na een kwartier of zo, gaan de deuren open. Een klein vrachtbootje komt uit de sluis en verdwijnt de Zaan op. Maar de lichten op de sluis blijven rood, we mogen er niet in. Aanleggen dan maar? Ik ga naar het remmingwerk links van ons, maar het bord verboden voor Sport weerhoud me van aanleggen. De andere kant? Grote stalen pijpen staan daar voor een steiger. Het lijkt er op dat we daar kunnen aanleggen. Willem heeft het stuur overgenomen, en hij ziet een gaatje waar ik dat niet zie, tussen de palen door.


Met een goede samenwerking tussen ons twee komt de boot netjes aan de steiger te liggen. Maar wat nu, want er is geen enkele manier om contact op te nemen met een sluiswachter. Afwachten dan maar? We leggen de “Kloek” vast, en gaan nog eens in de wateralmanak snuffelen, zowel de papieren van vorig jaar, als de elektronische van dit jaar. De conclusie blijft: Wilhelmina sluis gebruiken, de oude sluis, waar die ook mag zijn, is niet in gebruik.


In de verte komt een vrachtschip aan, wat kennelijk ook door de sluis wil gaan. Dat kan onze kans zijn. We gooien los, laten het vrachtschip passeren (vrachtvaart gaat voor) en sluiten achter aan. Willem zegt nog 'Gas!!' maar ik doe iets rustiger aan, vanwege het vele schroefwater. En alsof de duvel er mee speelt, nog voordat we bij de sluis zijn gaan de lampen weer op rood. We mogen er niet in. Geen mededeling via luidsprekers, geen mens op de kade, gewoon : Verboden!!


Dat is even te veel voor me. Ik schiet in de paniek, roep “We mogen niet, kijk rood!!” en draai in wanhoop de boot om. Ik weet het niet meer. Willem neemt direct het roer over. Hij heeft ondertussen een ander jachtje gezien, waarvan de schipper ons kennelijk wenkt om te volgen. Het jachtje zag ik ook, maar ik veronderstelde dat het naar een ligplaats voer. Waar zou het anders heen kunnen gaan?


Willem stuurt voor de tweede keer tussen de ijzeren palen door, nu achter het jachtje aan dat onder een soort van poort verdwijnt. Boven die poort wel een vierkant geel bord, maar verder is het donker en grauw daarachter. Totdat we door de poort heen zijn, en ons ineens in de toegangsweg naar een kleine sluis bevinden, naar de oude “Groote sluis” van Zaandam.


Deze sluis wordt door de vrijwilligers van de Hondsbossche Sluis in Zaandam bediend en onderhouden, hier is het klompje nog gebruikelijke manier om een vrijwillige donatie te doen. Wat we dan ook doen. Ik ben nog confuus van de emotie van een paar minuten geleden, maar ben ook blij dat er een manier is om verder te kunnen gaan. Maar nergens op de Wilhelminasluis of langs de oevers van de Zaan of zelfs op de vlakbij de sluis gelegen steiger is er ook maar iets te vinden wat aangeeft dat deze sluis gewoon in bedrijf is, net als tientallen jaren het geval is geweest.


Een paar dagen na het einde van de vaartocht kom ik langs een ANWB winkel. Stiekum snuffel ik in de allernieuwste wateralmanak 2, versie 2021-2022. En daar vind ik de opmerking dat de Hondsbossche sluis in de weekends en vakanties voor de recreatievaart wordt bedient. Wij maakten gebruik van de almanak die aan boord was, versie 2020-2021.......


Als ik niet zo erg verdoofd was door de emoties en de spanning dan had ik veel meer van deze historische sluis kunnen genieten. Van het oude houtwerk, de verweerde stenen, de kaapstanders en de duiven die onder de brug nu nesten hebben gemaakt. Nu registreer ik het, maar op een afstandje.


... historische sluis ...
... historische sluis ...

Na de sluis gaat Willem de lunch maken, en ik vaar de “Kloek” over de Voorzaan in de richting van het Noordzee kanaal. Ik ben moe van de spanning, en eenmaal op het Noordzee kanaal moet ik echt even gaan liggen, proberen te slapen.....


Ons doel is Nauerna, met een grote jachthaven langs het Noordzeekanaal. Maar als we daar onder de brug door zijn is het al snel duidelijk dat er nergens plek te vinden is. De passanten steigers liggen bomvol. Nee, dan maar niet. Volgende haven is pas in Haarlem. Ook dat moet nog te halen zijn voordat het donker wordt.


Iets verder het Noodzeekanaal op, en daar is dan het Zijkanaal C. Goed om ons heen kijkend zien we geen andere schepen komen, dus, bakboord uit en het kanaal in. Het water is daar merkbaar rustiger dan op het veel drukkere Noordzee kanaal. Een ander jacht gaat dezelfde kant uit, maar dat is dan ook alles. Onder de snelweg door gaat het, langs Spaarndam, naar de sluis. Het andere jachtje gaat daar niet heen, dus moeten we het weer zelf doen. De brugwachter vertelt over de telefoon dat hij ons ziet komen, maar, zo zegt hij, de brug hoeft niet omhoog want de doorvaarthoogte is met 2.30 meter genoeg. Als Willem verteld dat we toch echt 2.45 meter nodig hebben mag de brug toch open.


Een sloepje wat al enige tijd bij de brug lijkt te wachten, schiet vlak voor ons onder de brug door, en de sluis in, en rood licht is niet voor hem bedoelt, zo lijkt het. Ook is het erg makkelijk om je bootje met een enkel touw vast te leggen op de tweede of derde bolder op de wal. En dat brengt ons een beetje in de problemen. Maar we hebben al een paar dagen ervaring opgedaan, en als de sloepenier niet opschuift, dan moeten we er maar omheen. Er achter is geen optie. Het lukt Willem om de “Kloek” voorbeeldig aan te leggen, ondanks het sloepje. Trosje hier, nog eentje daar, perfect. Terwijl er nog een jacht door de brug komt, en nu aan haar stuurboord wal gaat aanleggen, gaat Willem sluisgeld betalen. Op de terugweg hoort hij hoe de bestuurder van het sloepje onderhouden wordt door de sluiswachters over het slechte zeemanschap, zoals dat heet.


... voorbeeldig aan te leggen ...
... voorbeeldig aan te leggen ...

Als de sluisdeuren opengaan geven wij het andere jacht de mogelijkheid om als eerste weg te varen. En het sloepje? Dat heeft nog nooit gehoord dat het van slecht varen getuigd, als je in de sluis gaat inhalen, en gaat daar gewoon achteraan. Wij verlaten de sluis als laatste, en ik vaar de “Kloek” rustig naar buiten, het Spaarne op.


De jachthaven waar ik eigenlijk heen wil is de haven van de Haarlemse Jacht Club. Willem belt, en krijgt van de havenmeester een box aangewezen. Of het makkelijk kan, vraagt Willem, daarbij verklarend dat we eigenlijk nog beginners zijn. Dat is ook geen probleem, en de bestemming wordt gewijzigd naar box D129. Een box invaren, ach, één keer moet de eerste zijn.


Zachtjes stuur ik de “Kloek” naar binnen. Dit is steiger D, en dan de derde box vanaf het einde. Ja, daar is een gat, daar moet ik de boot dus in leggen. Het vergt iets gemanoeuvreer met de boegschroef, en paar klapjes achteruit om de achterste paal vast te krijgen (waarbij ik ook nog even de verkeerde paal raak) maar dan ligt de boot ook waar we hem willen hebben. Beetje trekken aan de touwen, vastknopen, klaar.


... waar we hem hebben willen ...
... waar we hem hebben willen ...

Ik ben nog niet helemaal bijgekomen van Zaandam (duurt soms wat lang) dus Willem gaat op zoek naar de havenmeester. Dan een telefoontje, of ik even naar het havenkantoor wil komen. Wat is er aan de hand? Heb ik toch iets beschadigd of zo? Allerlei spookbeelden vliegen door mijn hoofd. Maar het blijkt niets van dat alles. Clemens en Esther, het havenmeester echtpaar, hebben de gewoonte om passanten een kopje koffie aan te bieden, en eerlijk gezegd ben ik daar wel aan toe.


Tijdens het gesprek wat volgt vraag ik hoe het nou zit met die bruggen in Haarlem. Er is sprake van een 'Blauwe Golf' en van konvooivaart, hoe zit dat nou, en wat betekend dat voor ons? Clemens pakt direct de telefoon voor overleg met het havenkantoor. Jet, zijn gesprekspartner daar, geeft ruimschoots informatie. Het komt er op neer dat er elke dag een groep schepen kan verzamelen die startend vanaf de sluizen gezamenlijk door Haarlem kunnen varen, waarbij de bruggen zonder verdere aanmelding voor hen geopend worden. Voor ons komt het erop neer dat we om 11:00 de volgende ochtend bij de Schoterbrug ons bij het konvooi kunnen aansluiten.


Echt, een hele opluchting voor mij. Van de meeste bruggen had ik al de telefoonnummers opgezocht en opgeschreven, maar als het gaat zoals Jet het verteld, dan is het varen door Haarlem heen een eitje. Zachtgekookt.


We sluiten de walstroom aan, en Willem gaat met een leenfiets van de Haarlemse Jachtclub nog wat inkopen doen, en ik, ik ga nog even slapen. Dat even duurt totdat Willem een uur later terugkomt. Met verse eetwaar. We moeten ons, zo lijkt het, nog wel officieel aanmelden voor het 'Blauwe Golf' konvooi, en dat neemt Willem voor zijn rekening. Hij heeft nog wat vragen en Jet beantwoord ze allemaal. Geweldige service van Haarlem.


Na het eten wordt er nog gebruik gemaakt van de voortreffelijke douches van de jachtclub. Heel wat beter dan die koude hokjes in De Rijp. We praten de dag nog even na, en dan, om 21:00 vinden we het allebei toch wel een drukke en vermoeiende dag geweest. Het is deze avond niet zo koud als de voorgaande avonden, en het warme dekentje heb ik niet echt nodig. Vrij snel val ik in een heel diepe slaap, maar niet voordat ik in mijn hoofd het wegvaren uit de box voor de volgende dag heb voorbereid....



Proloog        Dag 1        Dag 2        Dag 3        Dag 4        Dag 5        Epiloog