Terug naar de verhalen pagina

Met de "Kloek" op vakantie
Zondag 17 oktober, dag 2

Proloog        Dag 1        Dag 2        Dag 3        Dag 4        Dag 5        Epiloog

Van de Nieuwe Meer naar De Rijp

Het was koud deze nacht, erg koud. Ondanks het dikke pak dekens ben ik blij dat ik min of meer gekleed onder de wol ben gekropen. En hadden we nu maar die walstroom gehad, dan had ik dat elektrische dekentje kunnen gebruiken. Maar helaas. Ook Willem had het koud, ondanks de extra deken. Eerst warm worden, dan eten en dan maar eens overleggen wat we gaan doen. Het warm worden wordt door de kachel van de “Kloek” geregeld, het ontbijt door Willem, en het 'wat gaan we doen' door mij. Want vandaag is het de bedoeling dat we door Amsterdam gaan varen, van de Nieuwe Meer naar het IJ. Volgens de planning een tochtje van rond de drie uur. En als er dan nog tijd over is kunnen we misschien ook even bij het cruiseschip de “Rotterdam” van de Holland America Lijn gaan kijken, de zevende van die naam, die in Amsterdam ligt afgemeerd.


Volgens de digitale wateralmanak 2 van de ANWB gaat de Overtoombrug pas na 10:00 open. We hebben dus alle tijd. Maar om 10:00 vinden we het welletjes, en wordt de motor gestart. Even is er een kleine discussie over de manier van afvaren. Willem zegt, vooruit, dan draaien, en ik zeg, achteruit, en dan draaien. Het wordt achteruit, gelukkig, want ik zie het helemaal nog niet zitten om dit geval in de haven rond te gaan draaien. Misschien over een paar dagen.


Als we los zijn wordt er voorzichtig achteruit gevaren. Het gaat niet helemaal in 1 keer, en ik moet af en toe toch echt even bij-schroeven met de boeg, maar we komen achteruit uit de haven van het “Onklaar Anker”. Nu op weg naar de Nieuwe Meersluis, ook wel de Schinkelsluis genoemd. En daar aangekomen melden we ons met de juiste code. Dan is het afwachten. Ik ben niet zo heel erg blij met zo'n systeem, want ik heb liever een echt mens om tegen te praten, maar het werkt wel, want na een minuut of tien gaan de lichten op 'rood-groen' en kunnen we positie kiezen. Bij 'groen' gaan we de sluis in.


... de sluis in ...
... de sluis in ...

Het is eenvoudig om hier vast te maken, mits je de snelheid goed uit je boot weet te halen. Dat is uitgebreid geoefend, net nog, vlak voor de sluis, en de grijptouwen langs de sluismuur bieden voldoende houvast. Het is ook niet zo heel erg veel dat we zakken, en al snel gaan de sluisdeuren aan de ander zijde open, en gaat het licht op 'groen' ten teken dat we kunnen uitvaren. We zijn in Amsterdam, nu nog er doorheen. We melden ons bij de Zijlstraatbrug, en leggen de “Kloek” even langs de wal. Zo heel erg kloek zijn we zelf niet, en die vijf centimeter speling die we moeten hebben vindt ik toch wel erg weinig, zeker nu dat stomme vlagje voorop er niet af kan. Erg lang hoeven we niet te wachten. De lampen gaan op 'rood-groen', en we kunnen door. Achter ons sluit de brug zich weer.


De volgende brug is de Th. de Bockbrug. Voordat we daar de code van kunnen doorgeven worden we aangeroepen. Het is de brugwachter, die, met verstand van zaken, ons toeroept dat we best onder de Amsterdamse bruggen door kunnen, behalve de Overtoom. Op mijn terug geschreeuwde opmerking dat we beginners zijn, zegt hij dat het echt wel kan, heel rustig, dan gaat het goed.


Willem legt alle spullen in de voor-kajuit helemaal voorin, en gaat bij de Th. de Bockbrug op het puntje zitten. Hij is iets zwaarder als ik, en elke kilo meer op de boeg laat dat vlagje toch iets zakken. Het hoeft niet veel te zijn, maar elke centimeter is er 1. Uiterst langzaam, heel voorzichtig, het gas op 'dead slow' noem ik het, nader ik die brugopening. De hand op de gashandel om toch direct achteruit te kunnen geven.......


Tot mijn opluchting past het. We houden niet veel ruimte over, misschien net drie of vier centimeter, misschien nog minder, maar het past. Heel langzaam glijden we door het water, onder de brug door. Ik slaak een diepe zucht van verlichting. Gelukt !!


De volgende brug is de Overtoombrug. Daar passen we echt niet onderdoor. De meegefietste brugwachter weet dat ook, en begint de brug klaar te zetten om te openen. Even later mogen we verder. De brugwachter (geweldige man) zegt nog dat we vanaf nu onder alle bruggen door kunnen, maar rustig varen, dan gaat het goed. Toch zien we hem even later weer langs fietsen, maar dat is niet om voor ons een brug te openen, maar voor een wat grotere tegenligger. Wel houdt hij voor ons de brug even langer open, zodat we wat makkelijker door kunnen varen. Prachtkerel, om zo te helpen!


... de Overtoombrug ...
... de Overtoombrug ...

... de Kinkerbrug ...
... de Kinkerbrug ...

De daarop volgende bruggen zijn allemaal weer net iets hoger, en uiteindelijk varen we onder het spoor door, en even later het IJ op. Het is net 12:00 geweest, we zijn naar ons eigen gevoel in recordtijd door Amsterdam gekomen.


En nu? De Sixhaven, aan de overkant van het IJ, iets verderop, is eigenlijk het doel voor vandaag, maar er is zoveel tijd over. Wat doen we met die losse uren? Eerst maar eens langs de “Rotterdam” en dat drijvende wonder een beetje bekijken. We moeten wel opletten, want diverse rondvaartboten en grotere plezierschepen varen hier ook rond, om van de kris-kras overvarende veerponten maar te zwijgen.


... cruise schip de Rotterdam ...
... cruise schip de Rotterdam ...

Het is een flink ding, dat cruise schip. Een reddingsbootje van het schip vaart bedrijvig heen en weer, druk met iets wat we niet kunnen zien. De hoge opbouw en de ver overstekende boeg, het zien er allemaal erg mooi uit. Ik 'app' een foto van het gevaarte naar de familie toe. Best groot, vind ik. Maar bij nader inzien mist het toch wat, misschien iets te weinig 'karakter', te veel eenheids-cruise-worst.


We laten de “Rotterdam” achter ons en steken het IJ over. Met de drukte hier is het goed uitkijken, maar het lukt. Dan is het de vraag, wat doen we? Gaan we die Sixhaven in, en blijven daar de rest van de dag? Of doen we iets anders? Het wordt iets anders. Net naast de Sixhaven is de ingang van het Noord Hollands kanaal, en dat begint met de Willemssluizen. Daar gaan we naar toe.


Er is geen informatie bekend over het aanvragen van de bediening van deze sluis. Daar hadden we nog niet over nagedacht. En gedurende een flink kwartier hebben we daar ook helemaal geen tijd voor. Want de “Kloek” dobbert flink heen en weer op het water, en waar laat je dat bootje, zodat je even rustig kunt nadenken over vervolgstappen. Aanleggen aan bakboord mag niet, aanleggen aan stuurboord lukt niet. Uiteindelijk weet ik de boot zo te draaien dat we over bakboord langs een wachtplaats komen te liggen, maar wel aan stuurboordwal, met de neus dus de verkeerde kant uit. En als we liggen zie ik een meldpunt, waar een soort van intercom hangt.


Ik krijg contact met een sluiswachter en geef aan dat ik het Noord Hollands kanaal op wil. De sluiswachter aarzelt, en vraagt of ik deze dag ook weer terug wil. Nee, dat was niet de bedoeling. Nou, dan is het goed, maar we moeten wel even wachten totdat er een ander schip van noord naar zuid geschut is. Als dat eerst moet, dan moet dat maar eerst. Terug aan boord van de “Kloek” betrek ik een wachtpositie in de deuropening. En begint het staren naar de lichten.


Als we na een kleine twintig minuten de sluis invaren zijn we nog steeds de enigen die van deze kant komen. Zonder erg veel moeite lukt het om de boot netjes langs de muur vast te leggen. De sluisdeuren gaan dicht, en we beginnen langzaam maar zeker te zakken. We zakken vijf, tien, twintig centimeter, en nog is het niet over. Echt een sluis van betekenis, zegt Willem. Wel blijven we de lijnen goed in de gaten te houden, het staat zo slordig als je boot uit het water getild wordt doordat je op tijd vergeet te vieren. Als de sluisdeuren aan de kanaal zijde openen zijn we meer dan een meter gezakt.


... een meter gezakt ...
... een meter gezakt ...

Het Noord Hollands kanaal ligt voor ons. En ik weet dat tot Purmerend er geen lage bruggen zijn, die voor ons bediend moeten worden. Wel zijn er twee kabelpontjes, maar dat is een ander verhaal. Daar is door pontwachter Vera een duidelijke beschrijving voor gegeven. Pas in Purmerend komen er weer bruggen en een sluis. Maar zover zijn we nog niet.


Het vaart heerlijk rustig zo, de zon schijnt, en echt koud is het niet. Willem besluit van boven, op het dek, te gaan sturen, en ik ga rustig de kaarten en routes nog eens bekijken. Even later sta ik bij Willem bij de buiten stuurstand. Dan is er ineens een bord met licht-letters en verder op nog wat. Dit is de kabelpont van Het Schouw. In principe zou, volgens mijn informatie, een pont voorrang moeten verlenen, als hij nog niet vertrokken is. Deze pontwachter heeft dat memo niet gekregen, want terwijl wij liggen te wachten gaat het pontje nog twee, nee, drie maal heen en weer. Dan zakken de kabels in het water en mogen we doorvaren.


... heerlijk rustig zo ...
... heerlijk rustig zo ...


Even verderop is er weer een kabelpont. Deze ligt bij Ilpendam, en hier is het waar Vera, waarmee ik een paar mails heb gewisseld, de pontwachter moet zijn. Met de kijker zie ik iemand ons nauwlettend opnemen. Ja, deze pont vaart naar de overkant en laat dan de kabels zakken. Die heeft het memo wel gekregen. Als we passeren wordt er even hevig gezwaaid. Toch leuk zulke ontmoetingen.


In Purmerend is de Nelson Mandela brug geen probleem. We kunnen er ruim onderdoor. Maar dat is niet alles wat Purmerend voor ons in petto heeft. Iets verderop is er de Jan Blankenbrug. In de digitale versie van de wateralmanak 2 van de ANWB staan een paar cryptische regels. Zo is de maximale hoogte 2.40 meter, maar volgens de toelichting is deze links 2.73 meter en rechts 2.43 meter. Leuk om te weten, maar wat is links in dit geval, en wat is rechts? De beschrijving van het Noord Hollands kanaal gaat van noord naar zuid, en dan zou wat nu voor ons rechts is, dus links zijn. Uitermate verwarrend.


Maar goed, de almanak zegt 2.40 meter maximaal, dus dat houden we aan. En aangezien we minimaal 2.45 meter kruiphoogte hebben (hoewel we met 2.50 meter rekenen), en de brug volgens de almanak 2.40 meter is, zal, als we willen passeren, de brug omhoog moeten. Ruim van tevoren bel ik met het nummer wat in de wateralmanak staat. Maar als ik zeg dat we eraan komen, en graag door de brug willen, zegt de brugwachter dat we nog veel te vroeg zijn, wel 500 meter van de brug. Maar goed, hij zal de brug wel openen.


Ja, de brug gaat open. Netjes wachten we totdat de lichten aangeven dat we mogen passeren. Officieel is dat niet bij 'rood-groen' tenzij groen knippert. Dat doet het niet, dus wachten we. Maar dat is niet naar de zin van de brugwachter. Hij stapt uit zijn brugwachterstoren en gebaart dat we moeten opschieten. Dan maar het gas erop, hoewel we dan sneller varen dan door de borden langs de kant is toegestaan. Achter ons zakt de brug rustig weer omlaag. De Spoorbrug, even verderop, is geen probleem. Met een doorvaarthoogte van 3.00 meter en onze kruiphoogte van 2.45 meter is het ruim zat. Maar dan....


De volgende brug, de Melkwegbrug, is een kunstig samenstel van twee bruggen. Een sierlijke 12 meter hoge boog over het water met een voetgangers brug, met daaronder een draaibrug, met een doorvaarthoogte van 2.35, of 2.40 meter. Ook hier is de wateralmanak niet helemaal duidelijk. Wel is duidelijk dat we hier ook niet onderdoor passen. Weer toets ik het telefoonnummer uit de almanak in, en weer is het dezelfde brugwachter. Als ik vraag om de Melkwegbrug te openen krijg ik te horen dat ik daar ook onderdoor pas, net als de eerdere brug. Mijn verweer dat de almanak en waterkaarten echt een lagere hoogte aangeven dan 2.45 meter wordt beantwoord met een nors, bijna snauwerig 'nou, dan doe ik hem wel open'. Wat ook prompt gedaan wordt, ook al zijn we nog lang niet in de buurt. Weer wordt ik gedwongen om veel sneller te varen dan is toegestaan. Dit is niet goed voor mijn stress-nivo, en ik voel de spanning toenemen.


Na een bocht in het kanaal is daar ineens de sluis van Purmerend. Ik ben langzaamaan een beetje benauwd om te bellen, want stel dat ik weer diezelfde figuur aan telefoon krijg. Maar Willem belt, krijgt een vriendelijk man aan de telefoon, en binnen de kortste keren wordt de sluis geopend. Met redelijk succes weten we de “Kloek” vast te leggen, en na een korte tijd is het schutten hier al weer klaar. De brug gaat omhoog, de deuren open en we gaan verder met onze tocht door het Noord Hollands kanaal. Maar bij het uitvaren maak ik een te scherpe bocht, wat resulteert in een korte 'bons' bij het achterschip. Oeps, volgende keer beter doen.


... sluis van Purmerend ...
... sluis van Purmerend ...

Ondertussen is het wel merkbaar frisser geworden, en ook wordt het steeds later. Maar ik vaar de gemeentehaven van Purmerend voorbij, en zetten we koers naar De Rijp. Het zal nog wel even duren, maar het water is kalm, de zon staat aan de hemel en het is gewoonweg prachtig vaarweer. Maar wat is dat, daar verderop? Snel pak ik de kaart, maar daar zijn geen palen van welk soort dan ook op te zien. Tocht lijkt het erop dat er een rij palen in het water staan, onze doorgang blokkerend. Maar Willem heeft de oplossing, want zegt hij, zie je die bomen daar gespiegeld in het water? Dat is het dus, de spiegeling van een bomenrij in de verte op het gladde water lijkt op een versperring van het kanaal....


Na een uurtje rustig varen, zonder gebeurtenissen van wat voor soort dan ook, komen we bij de Beemster Ringvaart. Daar gaat het stuurboord uit, rechtsaf, naar De Rijp. De vaste brug is 2.49 meter volgens de kaart, en dat is wel heel erg veel krap. Willem laat toch even de hoorn klinken, om de eventuele vaartuigen aan de andere zijde te waarschuwen, of gewoon om een keertje te toeteren, wie zal het zeggen.


... spiegeling van bomenrij ...
... spiegeling van bomenrij ...

Ook deze erg lage brug passeren we heel erg langzaam. Het gaat, dat wel, en op de terug weg zal het nog een keer moeten gaan, maar oei-oei-oei, wat is het laag. Het lukt, natuurlijk. Verder gaat het naar De Rijp, en dan zie ik rechts een lage koepel, waar twee zware buizen uitsteken. Duidelijk een geschutskoepel. Hier ligt het oude Fort bij Spijkerboor, een monument, deel uitmakend van de vroegere Stelling van Amsterdam. Nu een museum, onder beheer van Natuurmonumenten.


Verderop is een tweede brug, die gelukkig een heel klein beetje hogere doorvaartopening heeft als de zojuist gepasseerde brug. En een paar honderd meter daar voorbij is de Passantenhaven van WSV Eilandpolder. Hier willen we gaan overnachten.


Het is ook wel tijd om een stopplekje te zoeken. De zon is bijna onder en we hebben een geweldig eind gevaren. Ik stuur de “Kloek” naar de meldsteiger voor passanten, en we weten het scheepje min of meer rustig bij de meldsteiger aan te leggen. Als alles vast ligt, na nog wat heen en weer trekken, gaat Willem op zoek naar de havenmeester. Maar die is op vakantie. En er is geen vervanger. Een aantal mannen zegt dat we de boot gewoon aan de meldsteiger kunnen laten liggen, want er komt toch niemand meer voorbij. Stroom is te vinden als we de kabel aansluiten en een munt van een halve euro in de automaat stoppen.


Maar het zit me toch niet echt lekker, dat blijven liggen aan de meldsteiger. Als er iemand langs wil liggen we flink in de weg. Bovendien zijn we in het donker niet echt zichtbaar. Ankerlicht aan is 'not done' in een haven, en daarom besluiten we om een enkele lamp in de kajuit te laten branden deze nacht. Zo zijn we toch een beetje zichtbaar.


De sanitaire voorzieningen voor passanten zijn ondergebracht in een kleine unit, aan de rand van het haventje. Het is er best wel fris, zo zonder verwarming. Maar beter als niets. En op de boot is de verwarming weer aan. De zon is weg, het is donker en het koelt in hoog tempo af. Best wel koud eigenlijk.


De gebeurtenissen van die dag, voornamelijk het gedoe met de Purmerendse brugwachter plus het feit dat we de invaart van het haventje nu blokkeren, zorgen wel voor een hoop spanning bij mij. Als ik die avond in mijn bed kruip ben ik blij met de walstroom en het extra elektrische dekentje, maar ook merk ik dat ik min of meer in de kramp schiet van de spanning. De warmte van het dekentje laat me uiteindelijk toch in slaap vallen.........



Proloog        Dag 1        Dag 2        Dag 3        Dag 4        Dag 5        Epiloog