Terug naar de verhalen pagina

Met de "Kloek" op vakantie
Dinsdag 19 oktober, dag 4

Proloog        Dag 1        Dag 2        Dag 3        Dag 4        Dag 5        Epiloog

Van Haarlem naar Lisse

De volgende ochtend, dinsdag 19 oktober, is een grijze ochtend. Een lichte nevel van een miezerige motregen hangt over het water van de Mooie Nel, en over de haven van de Haarlemse Jacht Club. Het is eigenlijk geen weer om vroeg op te staan, en dat doe ik dan ook niet. Toch, tegen half negen probeer ik wel weer om er als mens uit te zien. Vandaag gaat er in konvooi door Haarlem heen gevaren worden. Weer wat nieuws, weer wat om te leren.


Tegen 11:00 mogen we ons bij de Schoterbrug bij het konvooi voegen. Om 10:40 maken we los en vertrekken uit de haven. Deze keer is er geen vraag of we voor- of achteruit zullen vertrekken, we kunnen maar één kant uit. Met Willem wordt overlegd wat we te volgen stappen zijn. Eerst dit, dan dat en zo, dan.... Het werkt een stuk beter als we allebei weten wat we willen proberen te bereiken. En ja, zonder problemen draait de boot achteruit, met de achterkant daar waar we hem willen hebben, en het neusje naar de uitgang. Rustig vaar ik door de havenmonding naar de uitgang. Een perfect uitgevoerde afvaart.


We zijn nog vroeg, en maken een extra rondje over het water van de Mooie Nel. Maar dan wordt het toch tijd om de plek op te zoeken waar we ons bij het konvooi mogen aansluiten. Rustig wordt er naar de brug gevaren, maar daar is nog niets te zien wat op een konvooi lijkt. Willem belt met het havenkantoor. Jet is er niet, maar Marjoleine is net zo vriendelijk bij het beantwoorden van de vragen. Ook geeft ze nog een tip: gebruik die en die app om te betalen, dat scheelt je weer een stop bij het haven kantoor. Geweldig, mensen die met je meedenken!


... de Waarderbrug ...
... de Waarderbrug ...

... bij de Prinsenbrug ..
... bij de Prinsenbrug ...

Marjoleine vertelt ook dat het konvooi uit slechts 1 schip bestaat, te weten het motorjacht “Kloek”. Een konvooi van 1. Toch, zo verzekert ze ons, zullen de bruggen draaien volgens het vastgestelde schema. Ik heb er zin in. Dit gaat lukken.


Inderdaad, de eerste brug waar we niet onderdoor kunnen, de Waarderbrug, wordt ruim voor ons open gedaan, de tweede, de Prinsenbrug en de daarop volgende Spoorbrug zijn hoog genoeg. Voor de Catharijnebrug moeten we even wachten, maar dan is er ook geen probleem meer. Het Binnen Spaarne kronkelt zich door Haarlem, en de volgende brug is de Gravenstenenbrug, een oude ophaalbrug. Ook hier passen we makkelijk onderdoor.


De volgende is de Melkbrug, een draaibrug. Hier duurt het wat langer, en we gaan even aan de kant liggen. Aanleggen is niet echt moeilijk, we dobberen bijna vanzelf naar de linker oever, waar we aanleggen. We horen iets over een stroomstoring, maar net als we denken, het duurt even, gaan de lichten van de brug op 'rood-groen' en begint de brug te draaien. Kennelijk een heel korte stroomstoring.


... stroomstoring bij de Melkbrug ...
... stroomstoring bij de Melkbrug ...

Dat het niet zo makkelijk gaat merken we bij de volgende brug, de Langebrug. Na een tien, vijftien minuten ronddobberen vind ik het welletjes. De “Kloek” wordt zachtjes tegen de rechter kademuur gedrukt en vastgemaakt. Een ander jachtje blijft maar rond drijven, zonder kans om door die brug te gaan. Willem gaat poolshoogte nemen bij de brugwachter, en komt terug met het nieuws van een grote stroomstoring in enkele wijken van Haarlem. Waarom we dan wel door de vorige brug heen konden is ook te verklaren. De stroom voor die brug kwam net van een wijk die geen storing had, en deze brug heeft een stroomvoorziening vanuit een wijk waar wel een stroomstoring is.


Er zit niets anders op dan te wachten totdat de stroom is hersteld. Willem gaat even de stad in, maar komt al gauw terug: ook de winkels zijn dicht, en bij wat er open is moet contant worden betaald. En dat is heel lastig als je geen contanten meer bij je hebt. Het nieuws via internet (ja, dat doet het nog) op onze telefoon is dat de storing tot 13:15 zal duren. Willem, moe van de afgelopen dagen, gaat even liggen, maar kan niet slapen. Ik slaap ook niet, en lees op internet dat de storing tot zeker 13:45 zal duren.


Om 14:05 zie ik lampen in winkels weer aangaan. Even later zie ik ook dat de brugwachter zich naar de brug voor ons haast. Het jachtje wat toch had besloten om ook de kade op te zoeken krijgt iets te horen, en wij worden met armgebaren te kennen gegeven dat de brug weer werkt. Okay, maar dan gaan we ook! Als de bruglichten het bekende 'rood-groen' geven liggen we klaar om door te varen. Het andere jachtje was eerder, dus die mag nu ook eerder. De brugwachter krijgt een zwaai en een toegeschreeuwd bedankje en we zijn weer op weg


Door Haarlem heen geld een maximum vaarsnelheid van 6 km/u. Al gauw verliezen we het voorgaande schip uit het oog, die hebben een beetje haast. Lang duurt dat echter niet, want ze moeten bij de volgende brug wachten.....op ons. Maar als ze door de Buitenrustbrug heen zijn, de laatste van de Haarlemse bruggen, dan lopen ze snel op ons uit. Ik vind het geen probleem, en laat de “Kloek” rustig verder varen. Het weer is sinds de miezerregen van deze ochtend geweldig opgeknapt, en het wordt nu gewoon heerlijk warm op het water.


De volgende brug, de Schouwbroekerbrug over het Zuider Buiten Spaarne heeft een doorvaarthoogte van meer dan 4 meter, en is dus geen probleem. Het is rustig op het water, met een enkele tegenligger, en ik voel me goed. Langzaamaan naderen we de Haarlemmer ringvaart, waar we rechtsaf moeten, in de richting Leiden. Daar is ook de Cruquiusbrug met een doorvaarthoogte van 2.60 meter. Zou zomaar moeten passen.


... een enkele tegenligger ...
... een enkele tegenligger ...

Maar bij de brug staan we ineens voor een verrassing. Een bord SPORT wijst naar een zijdoorvaart in de brug, en die is een stuk lager dan de hoofd doorvaart. Ik geloof niet dat het gaat passen, maar als je daar doorheen moet......


Willem gaat als vroege waarschuwer op de boeg zitten, en ik vaar super langzaam, 'dead slow', de opening tegemoet. Volgens mij past het niet. Ook Willem is daar van overtuigd, vrijwel op hetzelfde moment als ik. Nee, dat gaat niet lukken, achteruit, kalm aan, en dan toch voor de hoofd-doorgang kiezen, bordje met SPORT of niet. Ook de gewone onderdoorgang houd niet echt veel over, maar deze past in elk geval wel.


Het varen op de ringvaart gaat rustig, we hebben beiden geen zin om erg snel te gaan, en kijken liever naar wat de omgeving te bieden heeft. Huizenrijen, weilanden, het lage land achter de dijk, en boomgroepen die voor beschutting tegen de wind zorgen. Want dat is wel een dingetje. De zon is heerlijk, een wolkeloze lucht, maar als we weer eens achter een bosje vandaan komen is het duidelijk dat er een forse bries staat, ik moet op zo'n moment echt wel even bijsturen.


De weersverwachting op onze telefoons laten zien dat het voorlopig niet veel minder gaat worden, nu windkracht 5, over een uurtje misschien al 6. Pas later in de avond wordt het weer wat minder. Maar ook laten de meerdaagse vooruitzichten een waaierig beeld zien. Windkracht 5 tot 6 op woensdag en donderdag, met waarschuwing voor windstoten.


Maar goed, voorlopig varen we nog met een heerlijk zonnetje, en een windkracht 4 of 5. Lastig is wel dat die zon pal in mijn gezicht staat te schijnen. Een petje helpt daartegen, maar ik begin me al wel wat zorgen te maken over het aanleggen in Lisse, waar de haven in de lengte richting van het kanaal ligt, en waar de wind dus van rechtsvoor komt, en ons steeds van de aanlegplaats zal wegduwen.


... zon pal in mijn gezicht ...
... zon pal in mijn gezicht ...

Dat is voor later zorg. Willem probeert de haven te bereiken, maar krijgt een bandje te horen. Later nog een keertje bellen, want nu is er een brug. Het is de Hillegommerbrug. Willem krijgt de brugwachter aan de telefoon, en deze brugwachter vertelt dat hij ons al zag aankomen, en dat hij zo de brug zal openen. Geen problemen, deze keer. We varen rustig verder.


De volgende brug is de Elsbroekerbrug, en daar passen we, voorzichtig als altijd, gewoon onderdoor. Opletten is de boodschap, want onder die brug is het vrijwel windstil, maar eenmaal er onderdoor krijgt de wind weer vat op ons bootje. Ik had dat al een beetje verwacht, en weet de “Kloek” netjes op koers te houden. Nog 1 brug tot Lisse.


Een plaatsvervangend havenmeester van de WSV Lisse belt terug. Ja, er is plaats genoeg, en we krijgen een uitgebreide uitleg waar we mogen binnenvaren. Ook mogen we de buitenkade gebruiken om af te meren, mocht dat ons beter uitkomen. Hij wordt vriendelijk bedankt, en nu weten we in elk geval dat er ruimte voor ons is.


De laatste brug voor de jachthaven geeft toch wat problemen. De telefoon wordt niet opgenomen, en er is ook niemand te zien in het brugwachtershuis. Willem belt nog een keer, en nog eens, maar geen gehoor. Verdraaid! Waar is die vent? We liggen een beetje te drijven met de wind die ons steeds opzij probeert te zetten, en er gebeurt niets. Langzaam begin ik te bedenken of we beter niet de boot kunnen aanleggen, maar dan komt er een man haastig naar de brug gelopen, en een paar minuten later is de brug toch open, en mogen we er door.


Gespannen, vanwege de wind die niet echt uit een goede hoek komt, kijk ik naar de kade van de jachthaven. Daar liggen een aantal grote jachten afgemeerd, en er is maar heel weinig plaats voor ons, zeker gezien de moeite die wij beiden nog hebben om dat bootje op een heel krappe plek neer te leggen. Maar er is een plek die misschien wel zou kunnen.


We varen de ingang van het haventje voorbij, draaien dan om en dan probeer ik om de boot precies daar, tussen die twee dure jachten in, te krijgen waar ruimte is. Het gaat niet. De wind die tegenwerkt is zeker een deel van het probleem. Een ander deel is die twee dure dingen waar ik ook geen krassen op wil krijgen. Willem slaagt er met geen mogelijkheid in om een tros over een bolder te krijgen, ook hier is de wind een factor van betekenis. “Het lukt niet” roep ik paniekerig, en draai af, voor een volgend poging.


Poging twee verloopt ook helemaal niet zoals we zouden willen. We draaien weer om, varen weer de haven voorbij, en dan probeer ik de haven binnen te komen. Ik focus op het invaren, maar wordt door de wind opzij gezet. Ook had ik nog geen plan om, eenmaal binnen, ergens aan te leggen. Dat samen zorgt ervoor dat het invaren helemaal niet gaat, en we dan toch maar weer langs de kade gaan aanleggen. Weer geen succes. En dan zeggen ze dat driemaal scheepsrecht is.... Weer omdraaien, en opnieuw voorbij de havenopening. Ondertussen heeft de tijd niet stilgestaan, en een pittig klein duwbakstel komt steeds dichterbij. Ik zie het, en vind dat er ruimte genoeg is, maar Willem vraagt me met iets van spanning in zijn stem om toch vooral meer afstand te houden. Geen probleem, doe ik, en ik vaar een eindje verder. Dan kort overleg, want misschien lukt het om toch de haven binnen te varen als we hoger insteken, de wind met ons, in plaats van tegen ons te laten werken. Het invaren wordt wel bemoeilijkt door een roeiboot die in de havenopening ligt, dat scheelt al gauw een anderhalve meter, maar ik ga het proberen. Vanaf de overkant van de Ringvaart wordt de volgende poging begonnen.


Ik neem koers op de hoek van de invaartopening, en nu ik iets meer tijd heb zie ik ook wat me eerder niet opgevallen was. Een lege box, vrij vooraan in de haven, met een steigertje aan de rechterzijde. En de wind komt van links, en als we..... Heel snel komen een aantal redeneringen voorbij, en ik heb amper tijd om ze aan Willem over te dragen. Die box, beslis ik.


Het is allemaal net ruim genoeg, hoewel ik inwendig mopper op de roeiboot die daar ligt. De bocht naar rechts, en vrijwel direct naar links gaan keurig, en inderdaad, iets te vroeg ingedraaid, maar de wind helpt netjes mee, en zo varen we heel langzaam de box in.


... net ruim genoeg ...
... net ruim genoeg ...

De wind duwt de “Kloek” tegen het kleine steigertje aan, geheel volgens plan. Wat niet volgens plan is, is dat ik vooruit helemaal niets zie van de kademuur, en op de een of andere manier blijft de boot onder een hoek liggen, niet haaks op de kade. Ik snap er niets van. Maar nu eerst vast maken. Willem heeft de achtertros over een paal geslagen, en met heel langzaam vooruit, en dan motor stop en naar buiten stappen, kan ik een tros om een bolder aan de voorkant krijgen.


“Heb je vast?” roept Willem. Ja, dat heb ik, ik hou de tros in beide handen. Dan trekt Willem de boot naar achteren, steeds verder en verder, totdat ik bijna geen touw meer in de handen heb. “Stop!” roep ik, waarop Willem komt kijken wat er aan de hand is. Dan komt er een kleine miscommunicatie aan het licht. Hij was in de veronderstelling dat ik de tros al op de bolder 'vast' had zitten, ik dacht dat hij bedoelde dat de tros door mij vastgehouden werd. Het kost wat getrek en geduw op de boot op de juiste plek te krijgen, maar uiteindelijk ligt de “Kloek” stevig vastgebonden in de haven van de WSV Lisse. Dat ik de boot niet haaks op de kademuur kon krijgen komt doordat de steiger en de boxen ook niet helemaal haaks op de kademuur zijn gepositioneerd. Raadsel opgelost.


We melden ons bij de plaatsvervangende havenmeester. Liggeld wordt betaald, we krijgen een code voor het toegangshek, en een bonnetje wordt uitgeschreven. Tot onze verrassing kennen ze de naam 'Versteegt' en, nog bijzonderder, ze weten meteen hoe je dat schrijft. En dat maken we niet vaak mee!


Die avond gaan we Chinezen. Misschien onze laatste avond op deze reis, die wel wat korter is geworden dan we beiden hoopten, maar het weer, en vooral de wind, kon voor ons minder ervaren schippertjes toch een flinke uitdaging worden. Voor de zekerheid wordt er toch nog eerst wat ingeslagen, en daarna zoeken we het Chinese restaurant op. Na een heerlijke maaltijd gaan we door het donker wordende Lisse terug naar de haven. Aan boord wordt er nog wat gepraat en overleg gepleegd over de komende dag. Maar de conclusie is: we kijken morgen hoe het weer, en vooral de wind, zich houdt, en maken daar de verdere plannen op.



Proloog        Dag 1        Dag 2        Dag 3        Dag 4        Dag 5        Epiloog