Terug naar de verhalen pagina

Met de "Kloek" op vakantie
Woensdag 20 oktober, dag 5

Proloog        Dag 1        Dag 2        Dag 3        Dag 4        Dag 5        Epiloog

Van Lisse naar Woubrugge

Als ik die woensdag om half acht wakker wordt is het nog schemerachtig, grijs en grauw. Ik moet twee keer kijken voor ik geloof dat het toch echt al half acht is. Nou ja, dan toch maar uit bed en aankleden en zo. Vanuit de kajuit zie ik grijze regenvlagen op de ruiten vallen, het ziet er droevig uit buiten.


Het slechte weer houdt aan tot rond half 10. Alleen de wind, die nu ergens rond de windkracht 5 zal zijn, daarvan verwachten de diverse voorspellingen een toename tot windkracht 6. Volgens de vaarinstructies van Van der Laan wordt het onervaren huurders afgeraden om bij windkracht 5 te gaan varen, en er staat een duidelijke waarschuwing bij windkracht 6 : Niet Varen!


Toch zal het bootje een dezer dagen terug moeten naar Woubrugge. De vooruitzichten voor deze woensdag en morgen, donderdag, zijn wat wind betreft niet erg gunstig. Maar vandaag net iets beter als morgen. En om nu twee dagen hier voor de wal te blijven liggen is ook niets. Kortom, we gaan verder, terug naar Woubrugge. Maar wel via de Kagerplassen, Leiden en de Oude Rijn.


Ook nu weer kunnen we maar één kant uit bij de afvaart, en ook nu hebben we het er over hoe we precies dat gaan doen wat we willen gaan doen. Goed overleg, heet dat. En zo varen we rustig achteruit, maken met de kont van het schip een draai van meer dan 90 graden, en varen heel rustig de haven uit. Willem zit op de boeg, om te zien of er verkeer aankomt, en eenmaal op de Ringvaart zelf geef ik iets gas bij. We zijn weer onderweg.


Het stukje tussen Lisse en de Kagerplassen is binnen een half uurtje gedaan, en dan ligt het grote water van de Kagerplassen voor ons. Ik weet ongeveer waar ik heen wil, maar het gemis van een kompas, of van duidelijke merktekens op de wal brengt me even in een soort van paniek. Waar moet ik heen? Want in het grijze licht van deze ochtend is alles hetzelfde, en is het zicht maar een paar honderd meter voordat de contouren van alles wat verderop is weer in een grauwe nevel verdwijnen.


De app van Willem biedt uitkomst. Hij heeft een route ingegeven die ons over de plassen naar Leiden zal brengen, en de kaart wordt weergeven in de vaarrichting. Alles wat ik moet doen is het pijltje wat de boot voorstelt op de koerslijn te houden. En dat lukt prima. Het is duidelijk dat er heel wat wind staat. En de Kagerplassen zijn met deze wind erg golfachtig. Alleen op het Noordzeekanaal waren er ook flinke golven, maar dit is ook niet niks. De “Kloek” is een kloek scheepje, en heeft geen problemen met de golven waarvan soms de spetters op de ramen komen.


Als we dichter in de buurt van de vaste wal komen, en Leiden al te zien is, wordt de invloed van de wind merkbaar minder. De bomen en even later ook de bebouwing vormen een goede barrière tegen de wind en windvlagen, al blijft het opletten. Als we binnen de bebouwing van Leiden zijn is de wind grotendeels verdwenen. Maar hij is er nog steeds, en komt soms uit onverwachte hoek om de “Kloek” een zetje te geven. De eerste brug in Leiden is de Zijlbrug. Hier, langs deze doorvaart, liggen heel oude herinneringen uit mijn, te korte, MTS tijd. Verderop, bij de Spanjaardbrug nog meer, van lang, heel lang geleden. Er is veel veranderd hier. Maar de bruggen zijn er nog, en Willem neemt contact op met de Spanjaardbrug. Maar deze gaat niet direct open, want er komt nog een ander schip aan, wat ook een geopende brug nodig heeft. Dus: wachten.


We draaien de boot, en heel langzaam varen we het andere schip tegemoet. Het duurt even, maar als het er dan is, draaien we, en varen erachteraan. “Sneller”zegt Willem, want het lijkt erop dat we de aansluiting met dat schip verliezen. Maar de ander mindert vaart, en we sluiten makkelijk aan. Niet te kort erop natuurlijk, want echt remmen is op het water niet mogelijk. Rustig varen we door de Spanjaardbrug. Het andere schip vaart rechtdoor, wij gaan direct bakboord uit, de Oude Rijn op.


Zo, tussen de bomen en de huizen waarmee de Oude Rijn omzoomd is, is het eigenlijk niet voor te stellen dat we een uur geleden op de Kagerplassen zoveel wind en golven hadden. Het is hier vrij rustig, en kijk, daar is de volgende brug alweer. Willem neemt contact op het de brugwachter van de Leiderdorpsebrug, maar krijgt te horen dat de brug net omhoog is geweest, en dat we even een kwartiertje moeten wachten. Dat doen we dus, maar niet midden op het water, we leggen aan bij de wachtplaats aan de linkerzijde van de Oude Rijn. Het gaat heel mooi, maar om het perfect te laten zijn hadden we misschien beter 1 bolder verder moeten aanleggen. Naast ons komt een ander water samen met de Oude Rijn, het is de Nieuwe Rijn. En heel even speel ik met de gedachte om vandaag naar Katwijk te varen, en pas morgen, donderdag, terug te varen naar Woubrugge. Het zou in theorie moeten kunnen, maar ik heb nog niet uitgezocht hoe en wat. De gedachte wordt al snel weggedrukt, als in de verte de lichten van de brug op 'rood-groen' gaan. De brug komt in beweging, en wij dus ook.


... een kwartiertje wachten ...
... een kwartiertje wachten ...

Na de brug is er in de verte de fietsbrug al zichtbaar, de Rhijnvreugdbrug. Hier kunnen we zonder meer onderdoor. Willem vind dat het allemaal snel genoeg gaat, en vraagt of we iets langzamer kunnen. Ach ja, dat kan best, en met wat gas minder, en een vaartje van nog geen 6 km/u glijden we rustig langs de huizen, bomen, tuinen en gebouwen. Tijd zat, we hebben nog steeds vakantie.


De Oude Rijn slingert zich door het Zuid Hollandse landschap, mij bekend van 45 jaar geleden. Sommige dingen herken ik, die bocht in de weg naast het water, bijvoorbeeld, andere staan me helemaal niet meer bij. Was dat toen ook al zo? 45 Jaar is een lange tijd, en de tijd heeft ook hier niet stil gestaan.


De laatste brug die voor ons omhoog moet is de Koudekerksebrug. Willem neemt contact op het de brugwachter, en krijgt 'Jack' aan de lijn. Die doet maar wat graag de brug open, zo lijkt het, want we kunnen gewoon doorvaren. Terwijl we door de brug gaan zien we een vrouw vrolijk dansen en zwaaien. Die heeft duidelijk een goede dag!


De Maximabrug bij Alphen aan de Rijn is een nieuwe voor me. Hij zal er ook nog niet zolang liggen. We gaan hier weer onder de gele lamp door, want met een doorvaarthoogte van 5.50 meter is dat makkelijk zat. Straks nog eentje, onze laatste brug. Niet ver achter deze Maximabrug liggen de bekende boten van Avifauna, en daar tegenover ligt de 's Molenaarsbrug.


Met een wijde bocht draaien we vanaf de Oude Rijn de Woudwetering op, onder de 's Molenaarsbrug door. Nu komt het einde van de vaartocht echt in zicht, want twee kilometer verderop is de werf van Jachtbouw van der Laan, waar we de boot moeten inleveren. Veel tijd om daarover te piekeren hebben we niet. De laatste zaken worden ingepakt, er wordt nog wat schoongemaakt, en met een scheef oog toch naar de barometer gekeken, die de afgelopen uren toch nog aardig is gedaald. Ja, morgen kon wel eens een heel onstuimige dag worden.


Ik zou eigenlijk bij de pomp van Van der Laan willen aanleggen, maar daar ligt al een scheepje. De plek ervoor is nog leeg, maar te klein voor mijn matige stuurmanskunsten. Ook een plek verder ligt al een 'Van der Laan' huurboot. Toch, langszij een van de twee moet lukken. Ik vertel Willem dat ik op de eerste mik, mocht ik zien dat dat niet gaat, dan wordt het de tweede.


... een paar meter achteruit ...
... een paar meter achteruit ...

Het wordt, vanwege de van links komende wind, inderdaad de tweede. Geen probleem, zonder bonken of krassen weten we vast te maken aan de “Kievit”, en Willem gaat op weg om een van de broers Van der Laan te vinden. Dat lukt snel. Arie stapt aan boord, start de motor, gooit los en sneller dan ik het kan opschrijven legt hij de “Kloek” een paar meter achteruit, op het plekje waar ik geen ruimte vond. Vastmaken, motor uit, klaar. Hij heeft het vaker gedaan, bedenk ik me, maar als ze mij een jaartje of twee laten schuiven met deze boten, ja, misschien kan ik het dan ook.


Willem en ik gaan onze auto's halen. Ik grijp de sleutels uit mijn tas, en we gaan op weg naar het haventje waar we de reis zijn begonnen, een kleine honderd meter verder. Totdat ik ineens stilsta. Ik heb wel sleutels meegenomen uit de tas, maar dat zijn de huissleutels, niet de autosleutels. Nadat Willem en ik met zijn auto terug zijn gereden naar de werf, waar de “Kloek” nu ligt, loop ik nogmaals naar het haventje, en keer ik terug met de eigen auto, om de bagage in te laden.


Alles wat we aan boord hebben gebracht moet nu ook weer van boord gehaald worden. Daarbij scheelt het wel dat de boot nu langs een stevige kade ligt, en dat we niet over een smal steigertje moeten balanceren om bij de boot, of in dit geval, van de boot af te komen. Al mijn spullen worden min of meer achteloos in de auto gegooid, en thuis zoek ik het wel weer uit.


... alles van boord halen ...
... alles van boord halen ...

Willem is al klaar, en meldt zich af bij Van der Laan, dan is het moment daar dat ook wij afscheid nemen van elkaar. Na 50 jaar samen op vakantie, dat is toch niet niks, daarover zijn we het eens. Willem vertrekt als eerste, hij voelde zich de laatste uren al niet echt lekker, verkoudheid of misselijk of iets anders, en ik ga een paar minuten later ook op weg naar huis. Voor mij is dat Ede, en dat is nog een uur rijden.


De N207 is weer open, maar waar de afslag naar de N11 is maak ik twee keer een voorsorteer fout. En het verkeer op de A12, wat meestal goed te overzien is, lijkt wel gekkenwerk. De afgelopen dagen waren veel rustiger. Eenmaal in Ede aangekomen wordt alles opgeruimd, en die avond ben ik heel erg moe. Het waren inspannende, ontspannende dagen.



Proloog        Dag 1        Dag 2        Dag 3        Dag 4        Dag 5        Epiloog